zondag 29 december 2019

WIE MAAKT IN ONZE TIJD GESCHIEDENIS?



De volgende stap in de geschiedenis raakt alle mensen op Aarde


Wat heeft 2019 ons gebracht, vroeg iemand. Het beste antwoord is misschien dat wij dit voorlopig niet zullen weten. De bijdrage van 2019 aan de geschiedenis wordt misschien pas over honderd jaar duidelijk. En dan, welke geschiedenis? Zal de geschiedenis nagalmen van de dagen van Donald Trump zoals gebeurde met de dagen van Napoleon? Of was het de Zweede tiener Greta Thunberg die de fakkel van de geschiedenis ontstak?

Geschiedenis, honderd jaar geleden, was diep geworteld in onze nationale identiteit. Voor ons was geschiedenis in de eerste plaats Nederlandse geschiedenis. En dit was niet anders voor de Amerikanen of voor de Engelsen en de Fransen.  De Westerse wereld zoals wij deze nu kennen was nog niet geboren. Verbintenissen – bondgenootschappen – bestonden, maar zij waren er vooral ter verzekering van nationale belangen en ambities. Twee keer heeft de wereld de ondergang moeten doormaken van Duitse ambities – en misschien waren wij daarmee getuige van de ondergang van de Duitse geschiedenis als zodanig. Was ook de Franse geschiedenis na Napoleon niet al dood? Zelfs De Gaulle heeft dat niet kunnen veranderen.

Dit geldt in onze tijd zowat voor alle naties. Na WO II ontstond een multipolaire wereld, een situatie waarin geen enkel land meer geschiedenis kan maken zonder dit te doen met andere landen. Zo is een nieuw Europa ontstaan, een heel andere Europa dan wat eraan voorafging. Maar heeft dit Europa ook werkelijk geschiedenis gemaakt?

Nederlandse geschiedenis in elk geval bestaat niet meer: die gaat enkel nog over de verleden tijd.  En wat mij betreft is het net zo voor de Franse of de Engelse geschiedenis (Brexit kan dit niet veranderen).  Zelfs Amerikaanse geschiedenis lijkt in onze tijd diffuus, vaag omlijnd. Ooit konden we nog denken aan een Amerikaans tijdperk, het nieuwe Rome voor de eerstvolgende eeuwen. Maar ook dat Amerika is inmiddels verleden tijd. Het is nog slechts een bord gedekt aan de G20 tafel. Evenzo China en Rusland. Laat staan ‘Europa’. Het ene is misschien sterker dan de ander, er kan sprake zijn van plaatsverwisseling, maar geen Amerikaans, Chinees of russisch tijdperk zal ooit komen.

Wat overblijft is wereldgeschiedenis. Of wij dit nu leuk vinden of niet. Ik schrijf dit in een tijd die lijdt aan een ernstig tekort aan geschiedenis. We leven in een leegte, wachtend op iets dat episch zal zijn. Ondertussen hebben we wel historie of historieën te vertellen, maar echte geschiedenis schrijven wij niet.

Met zekerheid zullen de dingen die er in de toekomst toe doen dingen zijn op wereldschaal, zij zullen de hele planeet raken. Geen land kan in zijn eentje het klimaatvraagstuk oplossen of onze stervende biodiversiteit. Geen land kan in zijn eentje de totale vernietiging afwenden die binnen menselijk bereik is gebracht. Welke geschiedenis het ook zal zijn: elke volgende geschiedenis is wereldgeschiedenis.

Desondanks kunnen wij ook als klein individueel land onze bijdrage leveren. Het doet er nog steeds toe dat wij bestaan, waar of wie wij ook zijn.

(*) Een engelstalige versie publiceerde ik in juli 2019 op mijn blog Liverty & Progess.

zondag 8 december 2019

ELKE RELIGIE IS EEN BRAINWASH




Onze vrijheid van onderwijs opnieuw bezien

Wat betekent onze vrijheid van onderwijs: erkenning en gelijkberechtiging van onderwijs dat niet van overheidswege wordt gegeven. In oorsprong ging het om de emancipatie van het particulier initiatief dat destijds, in het sterk verzuilde Nederland anno 1917, een christelijke grondslag had, katholiek of protestant. Maar vergeet niet dat tegelijkertijd ook het neutraal particulier initiatief ruimte kreeg. Van die vrijheid ben ik een kind, opgevoed in een niet door religie beïnvloede omgeving. Godzijdank! Dominees en rabbijnen bezochten onze school, wij luisterden met interesse, en vervolgden onverstoord met Homerus en De Bello Gallico. Religieuze indoctrinatie (iets anders kan godsdienst als grondslag voor onderwijs niet zijn) was iets van den vreemde. Heel ver weg.

Het is achteraf, en dan vooral door de ontwikkelingen in de afgelopen decennia, een ongelukkige zaak dat vrijheid van religie en vrijheid van onderwijs nog steeds als nagenoeg overlappend worden ervaren. Daarom wordt vrijheid van onderwijs zelden in de eerste plaats gezien als een verwantwoordelijkheid – een activiteit met 100% verantwoordingsplicht. Is immers niet elke vrijheid tevens zo’n verplichting?

Ons stelsel van gelijkberechtiging heeft vervolgens geleid tot scholen die naar Nederlandse begrippen ten principale moeten worden beschouwd als cultuurvreemd. Wij kunnen omwille van het heilige huis dat wij zelf gesticht hebben niet anders dan islamitische en hinduscholen toelaten. Maar van harte gaat dat niet, zeker niet nu regelmatig berichten over zeer ernstige vormen van indoctrinatie in die kringen de kop opsteken. Maar indoctrinatie gebeurt zoals gezegd op elke school met religieuze grondslag, wij doen niet anders dan de pot verwijten enzovoorts.

Het is gezien de voortdurende vermenging met religie-discussies goed de vrijheid van onderwijs nog eens geheel apart te bezien. Waarom moet ons onderwijs überhaupt met religie te maken hebben? Als ik de vrijheid had zou ik iedere religie uit de school verbannen. Milder uitgedrukt: religie in elk geval buiten de klas. Het behoort geen deel uit te maken van ons onderwijsbestel. Ik steun daarom graag het betoog van Tine Jensen in de NRC van 7/8 december : “Religieuze intolerantie en geloofsoverdracht behoren voor mij niet tot de taken van een school (). Schaf de vrijheid van richting, de vrijheid van het bijzonder onderwijs om een bepaalde overtuiging ontleend aan een specifieke godsdienst af, maar behoud de vrijheid van inrichting ofwel de pedagogische autonomie van scholen.”

Het geven van onderwijs is een kostbare verantwoordelijkheid die wij inderdaad liefst in vrijheid koesteren. En, zoals ook door anderen is betoogd, is het juist de taak van ons onderwijs de leerlingen weerbaar te maken in diversiteit. Laat degenen die in ons land opgeleid worden bovenal in staat zijn zelf te beslissen welk gedachtengoed zij in hun leven willen navolgen. Scholen dienen hierin zonder uitzondering neutraal te blijven, hoe bijzonder zij verder ook mogen zijn.

dinsdag 21 augustus 2018

PENSIOEN IS DE VRIJHEID VAN DE OUDERDOM



De AOW moet ons vooral – blijven – activeren

Recente discussies over de wettelijke pensioenleeftijd roepen de vraag op wat ons onderliggende beeld is bij dat magische moment van ‘pensionering’. In plaats van te focussen op het tijdstip kunnen we beter praten over hoe wij pensioneren. De traditionele associatie is die met het einde van ons werkzame leven. Een point of no return waarbij niemand nog verwacht dat je iets van nut doet en men er in het algemeen van uitgaat dat je gaat ‘genieten van je verdiende pensioen’. Het wordt tijd dat wij dit beeld – en onze verwachtingen – flink bijstellen.

Ik kom hierop omdat ik inmiddels zelf, als 66-jarige, de pensioengrens gepasseerd ben. Mijn eigen eerste gewaarwording is niet dat mij nu gegund is achter de geraniums te gaan zitten. Wat mij in de eerste plaats overkomt is het gevoel van grote vrijheid. Nu mag ik definitief, zolang ik kan, blijven doen wat ik het liefst wil doen. Actief blijven dus. Op de bank gaan zitten, achter de ochtendkrant, starend naar buiten, is hoe dan ook al niet mijn ding.

Op mijn ‘oude dag’ ben ik goed ingesteld. Want inderdaad, al eerder ben ik mij gaandeweg gaan concentreren op de exploitatie mijn beste talenten. Talenten die geen fysieke inspanning vragen en die mij vooral cerebraal bewegelijk houden. Talenten bovendien, die ik blijvend ten dienste kan stellen van anderen. (*) De overgang is daarmee een zeer graduele. In elk geval verandert er in mijn dagelijkse bezigheden – voorlopig althans -  niets.

Ik ervaar de overgang, als ook het stijgen van mijn leeftijd in het algemeen, tot nu toe als een gestage verrijking. De term ouderdom komt bij mij niet binnen. Natuurlijk ervaar ik ook beperkingen. Rennen kan ik niet meer. Jonge vrouwen verleiden is verleden tijd. Maar heb ik van dat alles in mijn leven niet voldoende gehad? Wat een voorrecht is het om daaraan voorbij te zijn en mensen, ook jonge mensen, nu op geheel andere wijze te kunnen inspireren.

Ik besef dat leeftijd bij ons allemaal een zeer verschillend effect heeft. Ten dele is dit de grabbelton waarvan wij deel uitmaken. De één overkomt een slopende ziekte, de ander heeft nog nauwelijks een griepje. De één vertrekt plotseling, de ander pas na langdurige, soms pijnlijke aftakeling. Het medisch kunnen heeft dit onontkoombaar Godsoordeel een voor velen aardig end opgeschoven.

Maar ten dele hebben wij het zelf in de hand. Het bewaren van onze vitaliteit, en ook het geleidelijk voorbereiden – nog tijdens ons actieve ‘jonge’ leven – van de herfst van ons leven. Daarop moet het accent liggen, en niet op een willekeurig tijdstip. En zelfs dat tijdstip hebben wij ook zelf in de hand, mits wij dit tijdig voorbereiden, en daarvoor middelen reserveren.

Ons perspectief moet zijn de ouderdom te vieren als de fase van onze grootste vrijheid. De AOW is een wettelijk basinkomen waarmee wij verder kunnen werken. Stilzitten, als het even kan, liefst zo lang mogelijk uitstellen.


(*) Ik ben tekenaar, ghostwriter en historicus.

zaterdag 2 juni 2018

DE TWIJFELACHTIGE VERDIENSTEN VAN D66




Het gemor in D66 over het afschaffen van het referendum was voorspelbaar. Al tijdens de kabinetsformatie had ik mijn verwachting uitgesproken dat de eerste rimpels in Rutte III zouden ontstaan in de boezem van die partij.

Maar het is natuurlijk heel treurig dat ook dit kroonjuweel van de ooit bejubelde vernieuwingspartij van Hans van Mierlo een roemloze dood wacht. Eerder gebeurde dat met de gekozen burgemeester. Wat blijft er eigenlijk over?

Ja, de vraag dringt zich op welke bijdrage D66 in al die vijftig jaar aan het Nederlands openbaar bestuur en aan het politieke bedrijf heeft geleverd. Wie dit kritisch op een rij zet, ontkomt niet aan een ontnuchterende vaststelling.  

D66 was een signaal tegen de gevestigde oude orde van de jaren ’60. Daaraan denken wij allemaal met sympathie en weemoed terug. Het signaal was nodig, al was de overgang naar de nieuwe orde – in feite een normale generatiewisseling – een proces van geleidelijkheid. Pas in 1973 kon D66 triomfantelijk haar overwinning vieren met de deelname aan het kabinet Den Uyl.  Bij die overwinning bleef het, want aan het beleid van dat kabinet voegde D66 niets van substantiële waarde toe. De partij fungeerde enkel ter legitimatie van de overigens vruchteloze hervormingspogingen van PvdA leider Den Uyl, aan wie Van Mierlo zich doelbewust met huid en haar had verkocht. Hoe dan ook waren de opkomst en teloorgang van Nieuw Links geen verdienste van zijn partij.

Na 1977 was blokkeren het enige wapenfeit van D66. Zowel in 1977 als in 1981 blokkeerde D66 onder aanvoering van Jan Terlouw een breed gedragen coalitie met VVD en CDA, waarmee D66 programmatisch grote eenstemmigheid vertoonde. De blokkade was zuiver ‘politiek’. Dit verhinderde de tijdige doorzet van hervormingen en nieuwe impulsen in de Nederlandse economie. Toch noemde zij zich "een redelijk alternatief". Die pretentie maakte zij nooit waar.

De totstandkoming van Paars I, het eerste kabinet zonder het CDA en de “droom van Van Mierlo", kwam tot stand omdat Kok (PvdA) en Bolkestein (VVD) elkaar op pragmatische gronden vonden. Van Mierlo zelf, die hooguit de weg had bereid, heeft vervolgens evenmin als zijn partij iets van betekenis aan het beleid van Paars I toegevoegd. De kiezers hebben dit in 1998 onmiskenbaar afgestraft.

In de jaren daarna is D66 afwisselend gedoogpartij en coalitiepartij geweest, maar ook in deze fase zonder authentieke bijdragen aan het landsbestuur.

Het referendum had niet hoeven te worden prijsgegeven. Er zijn voldoende mogelijkheden dit instrument te behouden in geval van essentiële maatschappelijke vragen. Maar die strijd was D66 tijdens de formatie van Rutte III kennelijk al te veel moeite.

Een partij die enkel schuilplaats is voor mensen die afwisselend teleurgesteld zijn in de PvdA of in de VVD moet D66 niet meer willen zijn. Het is tijd voor echte keuzes.

maandag 28 mei 2018

HET NIEUWE BURGERLIJK LIBERALISME VAN DE VVD





Heel verbazend is het allemaal niet. Als het aan Mark Rutte ligt gaat het bij de VVD nog steeds om lekker autorijden – vroem vroem elektrisch! – en niks gaat voor niks. Ach ja, helemaal verkeerd is het niet dat wij van mensen in de bijstand vragen om iets nuttigs terug te doen, zoals Klaas Dijkhoff wil, maar is dat nou het echte liberalisme?

VVD Tweede Kamer fractievoorzitter Dijkhoff wordt gepresenteerd als een kroonprins van de VVD, dus mogen wij kritisch luisteren naar wat hij zegt. Hij wil de wederkerigheid terugbrengen in de Nederlandse zorgstaat. Okee, voor wat hoort wat. Niks mis mee, maar wijst hij wel met zijn vinger op de juiste plek? Wederkerigheid wordt gepresenteerd als vertoon van gestrengheid terwijl het juist een kans zou moeten zijn. Creëer de voorwaarden, Dijkhoff.

De Nederlandse burger heeft het vandaag niet makkelijk, en zeker niet degene die moet rond komen met een uitkering. Dat is geen feest. Vooral ook niet als diezelfde burger ziet welke materiële voorspoed  toevloeit aan een kleine groep bevoorrechten. Dijkhoff rept hier niet over. Liever veegt hij het Hollandse stoepje schoon voor degenen die zijn liberale waarden delen.

Waarom gaat Dijkhoff juist op de zwakkeren in onze wereld in? Niet om ze hoop te bieden, geen perspectief, enkel  een retourtje Nederland voor korte tijd, tenzij je in het Nederlandse potje past. De VVD wil er zijn voor wat ze vroeger bij Dijkhoff thuis „goed volk” noemden. „Goed volk, da’s altijd welkom.” Inderdaad, meer petit bourgeois kan het niet.

donderdag 8 februari 2018

WAT IS DE TOEKOMST VAN DE MENSHEID?




Starman kort na de lancering (dit is geen CGI!)
 

Een bijzondere mijlpaal in de geschiedenis

De lancering van de Space X Falcon, met een Tesla Roadster als bagage – of eigenlijk: als het feitelijke ruimteschip – op 6 februari 2018 markeert een belangrijke stap naar een nieuw ruimtetijdperk.

Het lijkt er bijna op of NASA zich moet schamen. Zoveel onmiddellijke innovatie bij de lancering van een raket van een privébedrijf. De raketten werkten feilloos en onvoorstelbaar krachtig. De vormgeving was ongekend. Een naald van de mensheid werd voor oneindig lange jaren het zonnestelsel ingeprikt.

Dit is ‘space’ in alle dimensies. Ja, zo gek zijn wij mensen. Iets volkomen dwaas op deze manier in een baan om de zon te sturen. Met zekerheid is dit het enige thans bekende vertoon van de mensheid dat nog honderden miljoenen jaren ongeschonden zal bestaan.

Ga eens stilzitten en laat deze beelden van begin tot eind tot je doordringen:

De perfectie en de onmetelijke schoonheid.
En als dat het ook is, mogen we optimistisch zijn.
Toch kan er ook reden zijn om dit kritisch te beschouwen.

Ik vertelde over deze lancering en de sportauto in de ruimte aan mijn Oom van bijna 94. Iemand van wie het leven in het teken staat, tot in zijn oudste dag, van vrede en voorspoed voor de mensheid. Hij fronste zijn wenkbrauwen: “Nee, dit kán niet de prioriteit zijn”. Laten we ons dat óók realiseren.

En laten we tegelijkertijd toch ook zeggen: het is goed als mensen blijven werken aan het verleggen van onze grenzen, hoe ook. Mits vreedzaam – zeker! Hoeveel goeds is er in de afgelopen decennia niet juist uit ruimtevaart ontstaan op onze Aarde?

Maar is het waar, als je implicaties van een sprong als deze tot je laat doordringen ontkom je niet aan die reflectie, des te meer in het perspectief van navolgende miljoenen jaren.
Jazeker, wat eigenlijk is onze toekomst als mensheid?





donderdag 5 oktober 2017

DE LAATSTE RIT VAN PREMIER RUTTE



Voor het zomerreces ontviel mij de verzuchting dat een kabinet in de maak is dat niemand wil. Helaas kan ik ook nu niets anders zeggen. Als partijen er zo lang over doen, zonder merkbaar wapengekletter, kan het niet anders dan dat een wangedrocht geproduceerd wordt waarin niemand meer trek heeft. De formatieduur lijkt mij recht evenredig met het gebrek aan werkelijke verbeelding bij alle betrokkenen.

De coalitie die nu op het punt staat de regeringstaken op zich te nemen is ontstaan omdat tussen de partijen in de Tweede Kamer geen andere meerderheid te maken was. Maar dat is een subjectieve realiteit, een enkele momentopname, die met het verloop van tijd zomaar verwisseld kan worden voor een andere.

Rutte zal alsnog de prijs betalen van de scheve situatie die ontstond na de formatie van zijn (nog werkende, demissionaire) kabinet met de PvdA. Een kabinet dat met flinke schaafwonden de eindstreep haalt.  Schaafwonden die rechtstreeks de VVD betreffen, maar die ook doorwerken in de toekomstige verhoudingen met de PvdA. Beide partijen zijn gedwongen flink afstand van elkaar te nemen, want alleen dan kan opnieuw duidelijk worden wat eigenlijk de verschillen zijn. Maar datzelfde zal ook doorwerken in de verhouding met andere partijen, waaronder D66. De deelname aan deze nieuwe coalitie is wat die partij aangaat vooral toe te schrijven aan de persoonlijke ambities van Pechtold, niet aan enig resterend kroonjuweel dat zij met regeringsdeelname alsnog kan verzilveren. Vroeg of laat zal voor iedereen duidelijk zijn dat D66 niets anders te bieden heeft dan zetelsteun te leveren aan het kabinet van de VVD. Hoe lang wil men dat binnen de partij en bij haar aanhang slikken?

Meer in het algemeen zal spoedig blijken hoe groot de afstand is tussen de mentale gesteldheid van deze coalitie en die van een belangrijk deel van het electoraat, met name de jongste generaties. Het nieuwe kabinet zal druipen van benauwd gereformeerd conservatisme (het CDA van Buma en de ChristenUnie). We zullen worden geconfronteerd met nieuwe morele bemoeizucht, hoe goedbedoeld ook (maar ook daarom des te meer onwenselijk); doorbraken op het gebied van welvaartsverdeling, sociale zekerheid, klimaat en onderwijs zullen uitblijven; en het politiek bedrijf zal iedere glans verliezen door het voortgaande compromissenbeleid dat nodig is om de coalitie in stand te houden.

Niets daarvan vervult mij met enige warmte of belangstelling voor een kabinet dat vermoedelijk de geschiedenis in zal gaan als de (hopelijk korte) nageboorte van de politieke carrière van Mark Rutte.

Al in juli viel ik bij de gedachte aan deze coalitie zowat in slaap. Nu zou ik zeggen: maak mij pas wakker als Rutte III gevallen is. Mijn inschatting is dat dit niet meer dan een jaar gaat duren. De daaropvolgende vervroegde verkiezingen zullen pas gaan over de echte keuzes die wij als Nederland moeten maken (*).

---------------------------------------------

(*) Mijn voornaamste inspiratiebron hiervoor is de geschiedenis van het kabinet Biesheuvel, 1971 – 1972, tussen de partijen die nu het CDA vormen, de VVD en DS’70, een partij met sterke gelijkenissen met D66. De vervroegde verkiezingen van 1972 gaven nieuwe – aanzienlijke – duidelijkheid in de Nederlandse politiek.

dinsdag 11 juli 2017

HET KABINET WAAROVER NU GESPROKEN WORDT WIL NIEMAND



Zelden is een kabinetsformatie voor het publiek meer slaapverwekkend geweest dan nu. En zelden is de tegenzin bij partijen zo zichtbaar geweest, in elk geval bij de partij die nog onlangs het ‘onwenselijk’ erover uitsprak. Maar voor het overige heeft de gemiddelde burger geen idee welk gebroed nu onder leiding van voormalig VVD-minister Zalm op tafel ligt. Opmerkelijk is ook hoe weinig nieuwsgierigheid de journalistiek toont naar de thema’s en standpunten die tussen de vier partijen worden uitgewisseld.

Wij gapen bij voorbaat. Zo voelt het. Laat het kabinet dat in de steigers staat liefst gauw voorbijgaan, imploderen wegens het eigen gebrek aan gewicht. De helft plus één  gaat in de woelige tijd waarin wij leven niet werken. Er is slechts een handjevol opstandelingen voor nodig om de stop eruit te trekken.

Die opstandelingen zullen naar redelijke berekening in de eerste plaats uit D66-kring moeten komen. Mij dunkt dat vooral de jongere garde uit die kring met lange tanden het zielloze tafereel in en rond het Binnenhof gadeslaat, zielloos in elk geval in de ogen van het publiek (voor zover van gadeslaan überhaupt sprake kan zijn).

Zoals het proces zich nu voltrekt lijkt het alsof iedere urgentie aan belangrijke thema’s ontvallen is, thema’s waarover zeker D66 zich in aanloop van de verkiezingen toch druk gemaakt heeft: onderwijs, klimaat, gelijke kansen. Thema’s waarmee je onder leiding van de VVD en samen met het CDA – laat staan de CU – geen meter opschiet.

Het valt zeer te betreuren dat D66-leider Pechtold in de aanloop van de gesprekken met de Christenunie zijn speren vooral heeft gericht op immateriële kwesties (wat schieten wij nu op met de zinloze en ethisch zeer dubieuze vertoning rond het onderwerp ‘voltooid leven’) en niet veel nadrukkelijker zijn punten maakte juist over klimaat en meer middelen voor onderwijs. Wat had D66 niet kunnen bereiken met Groenlinks? Was er werkelijk geen mogelijkheid met die partij bruggen te slaan?

vrijdag 7 juli 2017

EUROPA VOORUIT (L’EUROPE EN MARCHE!)



Is er een weg naar een ‘lichte’ naast een ‘zware’ EU?

Met de verkiezing van de nieuwe Franse president Macron, een ware Sunny Boy,  is er voor het eerst sinds lange tijd de hoop van een voortvarend leiderschap in het hart van Europa. Maar welk hart precies, en – als het erop aankomt – van welk Europa?  Sinds het begin van de jaren vijftig zijn verschillende concepties van Europa ontstaan die de hoedanigheid van Europa in onze tijd sterk ongewis hebben gemaakt.


Er zijn ten minste drie gestaltes – of verdragssferen - van Europa (zie afbeelding), die bij nadere beschouwing een lappendeken vormen, vervuld van grote tegenstrijdigheden en niet opgeloste conflicten, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten, welvaart en gelijke kansen (Hongarije, Griekenland), rechtstaat en democratie (Rusland, Hongarije, Turkije). Het gaat ook om landen die wij als westers Europees burger met geen mogelijkheid ‘Europees’ kunnen noemen.

Hoe anders is dit ‘Europa’ van het Europa van vóór 1914? Ik heb hierover een persoonlijk getuigenis van mijn eigen grootmoeder, die Amerikaanse was, en die rond 1911 voor het eerst, als jonge getrouwde vrouw, met dat Europa kennismaakte. Zij herinnerde zich een Europa van grote gemeenschappelijkheid, van Londen naar Wenen, van Amsterdam naar Moskou..ja, zelfs tot in Istanbul. Moderne treinverbindingen – waaronder de Oriëntexpres - speelden hierin een belangrijke rol.

In de nasleep van WO I werden de eerste breuklijnen getrokken die nadien nooit werkelijk geheeld zijn. Het was vooral die oorlog – en veel minder WO II - die ons continent politiek en cultureel verdeelde. En wat is dan nu, honderd jaar later, in deze tijd, ‘ons’ Europa? Ik vrees dat op deze vraag even zoveel antwoorden kunnen worden gegeven als ons continent inwoners kent. Dit is wel bijzonder ironisch omdat wij juist in onze tijd beschikken over ongekende nieuwe verbindingen. *)

Na WO II is er een andere prominente eenheid ontstaan, of ten minste het besef dat wij daartoe behoren, namelijk dat van de Westerse wereld. Europa plus Amerika, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Alle het product van de Europese blanke mens. Wij willen in onze tijd vooral dààr toe behoren. Maar hier wringt zich onmiddellijk een schoen. Amerikanen zien ‘westers’ vooral Angelsaksisch, en dat geldt niet minder voor de Britten, die dit bovendien nog eens hebben onderstreept door hun eigen breuklijn te trekken met het Europa van de EU. “Westers” zijn wij met elkaar misschien nog in de NAVO, maar daarvan is ook Turkije lid, dat westers noch Europees is, ja met de dag minder.

Landen zoals Nederland (de Benelux), Denemarken en – merkwaardig genoeg – ook Ierland worden nu door toedoen van Engeland en met het sterk eigengereide Amerika van Donald Trump teruggeworpen op een zuiver continentaal Europa, een toneel waarmee zij zich in de geschiedenis altijd enigszins ongemakkelijk hebben gevoeld, met name door het (dominante) optreden van Frankrijk en Duitsland. Beide landen spelen opnieuw – of nog steeds – een sleutelrol in de voortgang van die geschiedenis.

Het wegvallen van de hegemonie van de (voormalige) Sovjet-Unie in het oostelijk deel van Europa heeft weliswaar geleid tot nieuwe Europese verbondenheid, maar ook in dit opzicht is sprake van ambivalente en schuivende loyaliteiten. De inwoners van de Baltische staten, die zich ogenschijnlijk dapper in het Europa van de EU én van de euro hebben gestort, zijn niet volop, van harte, Europees en dit wordt met de huidige generatiewisseling ternauwernood anders, of het zijn talloze jongeren die hun heil elders, in West Europa, zoeken en zich om hun eigen land niet meer bekommeren.

Stelselmatige immigratie vanuit niet-westerse landen voegde een nieuw aspect toe aan de – sociale, politieke en culturele – lappendeken die Europa, zoals aangegeven, uit zichzelf al is. Van alle ongemakken zijn de gevolgen hiervan voor velen nog het moeilijkst te verteren. Anders dan bij immigratiegolven in vroeger eeuwen (die natuurlijk hoofdzakelijk uit Europa zelf kwamen) is sprake van een hardnekkige stagnatie in de sociale en culturele absorptie (assimilatie) van de betrokken – met name Turkse en Marokkaanse – bevolkingsgroepen.  Internationale ontwikkelingen, inclusief de herleving van religieus fanatisme, trekken diepe scheuren in onze gemeenschappen. Zij voeden een wederkerig mentaal isolement van sexisme, fanatisme, racisme, met toenemende agressiviteit en zelfs ernstige gewelddadigheid. Hoe maken wij hiervan alsnog een Europa met minimaal gedeelde waarden? (**)

Maak de eurozone een krachtige regio (“harde EU”)

Het Europa van de euro raakt ons dagelijks en is voor Nederlanders het meest cruciaal op dit moment. Klapt de euro-economie, dan houdt voor ons alles op. Tussen de eurolanden is het daarom zaak de losse rafels snel aan te pakken. We moeten sterker met elkaar verbonden worden. Niet met nog meer regels en sancties maar in onze intrinsieke euroverbondenheid. Te veel overheersen de rekenmeesters van de Europese Centrale Bank, zonder samenbindend gezag en zonder gedeelde visie op onze rol als ‘eurogroep’ in het krachtenspel van de wereldeconomie. Dat hieraan tevens een sterker democratisch element gekoppeld dient te worden in de vorm van een euro-parlement (als aparte sectie van het EU parlement), lijdt bij mij geen twijfel. Ook lijkt het mij logisch dat dit gepaard gaat met een versterkte publieke c.q. parlementaire verantwoordingsplicht van de raad van ministers van de eurolanden. De verworvenheden van de huidige EU dienen voor de eurolanden onverkort gehandhaafd te blijven. Voorlopig wordt – in deze opzet - de eurozone niet uitgebreid (zie de met groen aangeduide landen) en wordt alles in het werk gesteld om Griekenland er bij te houden.

Essentieel is dat de landen van de Europese muntunie gezamenlijke ambities formuleren ten aanzien van de belangrijkste opgaven in onze tijd: klimaat, energie, migratie en bevolkingsontwikkeling, sociaal en fiscaal beleid, en dat zij die ambities voortvarend uitdragen in de grotere wereldgemeenschap.

Saneer de huidige – grote – EU tot een sobere (“zachte”) Europese (markt-)gemeenschap

Reeds enige tijd staat deregulering hoog op de agenda van de EU, maar het is een uitzonderlijk taai proces met tal van belangenconflicten. De gedachte aan een ‘zachte’ EU (minder regels c.q. verplichtingen) is intussen actueel geworden in de discussies rond de Brexit, al heeft deze in veler ogen vooral de geur van “niet de lasten, wel de lusten”.  Dit is natuurlijk geen redelijk uitgangspunt. Lusten en lasten dienen over het geheel genomen steeds in evenwicht te zijn. Veeleer zou dienen te worden gekeken naar de condities en voorzieningen die thans gelden voor landen met een associatieverdrag met de EU (w.o. Noorwegen, Servië). Welke aanvullende voorzieningen zijn dan nodig voor een minimaal toereikend lidmaatschap van de EU? En zou dit een EU kunnen zijn waarvan ook Engeland lid wil blijven?

Ik werp dit alles enkel  op bij wijze van gedachte-exercitie: een sterk afgeslankte  - of sterk versoberde – ‘grote EU’, en een kleine kern: de ‘harde EU’ van de muntunie. Om Europa sterk te maken moeten wij misschien een stapje terug en naar voren tegelijk. Dat is de achterliggende overweging.

Onze identiteit als Europeanen

Maar al deze denkbare herschikkingen in schaal en verantwoordelijkheid van de samenwerking in Europa laten de vraag naar het diepere wezen van Europa en dus ook van onszelf als Europeaan onbeantwoord. Deze vraag is eens te meer pertinent in een tijd waarin populistisch nationalisme sterk overheerst in het publieke (media)geluid en waarop tot nu geen overtuigend – dat wil zeggen: beslissend – weerwoord is gegeven. Zeker zijn verwijzingen naar het verleden, twee Wereld-oorlogen of meer in het algemeen de geschiedenis van rivaliteit en conflict tussen de grotere Europese mogendheden van destijds geen zinvolle respons.  Jongere generaties hebben hiervan geen levende voorstelling en verlangen – in mijn ogen terecht – een antwoord dat gericht is op – en inspiratie biedt voor - hun toekomst.

Want is immers voor onze identiteit als Europeaan zo’n land als Griekenland (de Grieken als volk) niet verschrikkelijk wezenlijk. Dat is toch meer dan alleen geschiedenis? ***)

En geldt dit niet eveneens voor Amerika en Canada? Dus ook voor Engeland? We moeten ons werkelijk afvragen of wij Engeland op deze manier uit Europa mogen laten stappen. Misschien hebben juist wij als continentaal Europa de verantwoordelijkheid om de brug naar Engeland terug te slaan. Op dezelfde manier zou Europa ook naar Amerika – het Amerika van Donald Trump – de hand reiken: kunnen wij Trump helpen? Of Putin met zijn Rusland?

Het lijkt mij vervolgens dat wij in de ‘grote’ EU meer doelgericht kunnen werken aan onze identiteit, dat wil zeggen de waarden die de EU vertegenwoordigt ten aanzien van thema’s zoals duurzaamheid, (religieuze) vrijheid en tolerantie, samenwerking en vriendschap (inclusief conflictbeheersing), en niet te vergeten veiligheid. De EU dient ook een defensie-unie te zijn, zo nodig met het gelijktijdig relativeren van de betrekkingen in de NAVO. Heel concreet: ja, we moeten meer offers brengen voor onze militaire capaciteit en paraatheid, maar niet per se ter bevrediging van de verlangens van de VS.

De aanhoudende stroom vluchtelingen aan de zuidflank van Europa is de meest actuele – en dringende – testcase in deze tijd voor wie wij zijn als Europeanen. De aarzelende reactie van verschillende EU-lidstaten op het verzoek van Italië om hulp bij het opvangen of kanaliseren van vele duizenden migranten stemt in dit verband niet tot optimisme. Los hiervan zal hert vooral gaan om de bijdrage die de EU-landen bereid zijn te leven aan de verbetering van de omstandigheden in (noord-) Afrika.

De positie van Nederland

Wij hebben als Nederland in Europees verband en ook daarbuiten unieke mogelijkheden om nieuwe bruggen te slaan. Dat vraag evengoed een ambitieuze, grensverleggende opstelling. Het is daarom te hopen dat het komende politieke seizoen, met een nieuw kabinet, hieraan een flinke impuls geeft.

Voetnoten

*) Zie mijn verhaal over de moderne telecommunicatie:  We communiceren meer maar we maken ook vaker ruzie


***) Stellig is voor mij Griekenland ook toekomst, al was het omdat mijn kleinzoon een half-Griekse vader heeft. 

woensdag 7 juni 2017

DE GESCHIEDENIS IS TERUG, MET GROTE HEFTIGHEID




Na meer dan 25 jaar zijn wij wel zeer ver weg van de victorie van het westers democratisch liberalisme, zoals destijds verwoord door Francis Fukuyama in zijn “The End of History”. Wie zich toen nog zorgen kon maken over de grenzeloze saaiheid van een wereld waarin alle klassieke strijdbijlen zijn begraven, heeft vandaag misschien aanleiding juist daarnaar dringend te verlangen. Dit neemt niet weg dat na de eeuwwisseling sprake is geweest van een uitgesproken stagnatie van de geschiedenis, een situatie waarin niet saaiheid maar vooral onmacht overheerste. Het is de stagnatie die op 9 september 2001 met harde klappen werd ingeluid bij de inslag van twee passagiersvliegtuigen in de Twin Towers in New York. Sindsdien leven wij in een voortdurende dubbele gijzeling: de dreiging (en realiteit) van hernieuwde terroristische aanslagen en de bijna draconische veiligheidsmaatregelen die wereldwijd op nagenoeg alle fronten onze traditionele burgerlijke vrijheden hebben ingeperkt. Vanaf de in 2001 door de VS onder Bush jr. aangevoerde “War on Terror” onttrekken astronomische geldbedragen zoveel ruimte aan de wereldeconomie dat investeringen in essentiële ontwikkelingen zoals schone energie en klimaat-beheersing niet of onvoldoende plaatsvinden.

De schade van het afgelopen decennium is natuurlijk vele malen groter, en het is mede onder invloed hiervan dat wereldwijd krachten zijn losgebroken die ons voor het eerst in lange tijd in toenemende onzekerheid brengen over de – ongekende – vrede en welstand waarin wij na de Tweede Wereldoorlog, althans in onze wereld, leven. Ja, inderdaad, de geschiedenis is weer in beweging gekomen, met getrokken zwaard. In onze onmacht vrede te sluiten met oude (en nieuwe) vijanden staart ons tevens het spiegelbeeld aan van de toestand direct na de Eerste Wereldoorlog (1919), toen de westerse wereld nog in staat was om alles en iedereen, ook in het Midden-Oosten, aan haar belangen ondergeschikt te maken.

De meest opmerkelijke wending is dat nu juist in onze eigen wereld, ondanks toenemende dreigingen van buitenaf, het tapijt van vaste zekerheden van binnenuit onder ons vandaan wordt getrokken. Dit geldt zowel het Britse verlangen zich los te maken van de EU als de verkiezing in Amerika van een sterk ‘eigentümliche’ president, die niets liever lijkt te verlangen dan Amerika terug te brengen naar de staat van isolationisme waarin het vóór 1918 verkeerde. Nooit eerder heeft dit land, dat als geen ander heeft bijgedragen aan - en ook de vruchten plukte van – de wereldwijde materiële welvaartsontwikkeling, zich zo faliekant tegenover zijn bondgenoten geplaatst als nu bij het terugtrekken uit het klimaatakkoord van Parijs.

Men kan een hele reeks van actuele gebeurtenissen of situaties aanwijzen met een sterke historische lading. Deze variëren van de hernieuwde spanningen tussen China en de Aziatische landen, waaronder Japan, over de doorvaart in de Zuid-Chinese Zee tot de desastreuze verhoudingen in het Midden-Oosten, de ongewisse positie van Rusland en – niet te vergeten – de wankele eenheid binnen de EU, niet alleen door Brexit maar ook door de ambivalente verhoudingen met de voormalige Oostblok-landen.

Dit alles vindt plaats terwijl gelijktijdig massieve mondiale vraagstukken dringen om een eensgezind antwoord van alle (genoemde) landen: klimaatverandering, grondstoffenschaarste, overbevolking, toenemende welvaartsverschillen etc. en alles wat ons in het kielzog hiervan overspoelt, niet in de laatste plaats de aanzwellende stroom vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Afrika. Het is een uitgesproken ironie dat een periode die werd ingeluid met de val een muur (Berlijn, 1989) nu wordt vervolgd met een tijdperk waarin alom nieuwe muren – dreigen te - worden opgetrokken. Ironisch vooral ook omdat mensen dankzij de moderne communicatiemiddelen wereldwijd meer dan ooit met elkaar verbonden zijn geraakt.

Maar nog leven wij niet daadwerkelijk in een nieuw tijdperk. Hoe kan het ook, wanneer alles wat ons in de afgelopen eeuw achtervolgde nog steeds, of opnieuw, met grote heftigheid, op onze deuren bonkt. Meer dan ooit moeten wij de rafels van de geschiedenis onder ogen zien. Minder dan ooit kunnen wij gerust zijn over het vervolg.



zaterdag 3 juni 2017

MIJN OPEN BRIEF AAN ALLE AMERIKANEN


YOUR PRESIDENT HAD ALL RIGHTS AND OPPORTUNITY TO RAISE HIS POINTS, HIS OBJECTIONS OR DOUBTS.

I think he should still be given this opportunity. The participant nations in the Paris Climate Agreement should preferably take the initiative soon. The should cordially invite the US president to clarify his case, and perhaps offer help in overcoming severe obstacles.

I am expressing this from my deepest personal – family – roots in the history of the American people. And in a sense, given that ancestry, I am American too, even as a 100% Dutchman.

All of us – in the United States and Europe – share this fundamental history, and the values that went with it. It would truly be a shock to us all if we cannot share one of the greatest challenges in human history, the preservation of the livelihood of our planet.

zondag 14 mei 2017

WE COMMUNICEREN MEER, MAAR WE MAKEN OOK VAKER RUZIE


Wie gehoopt had dat sociale media de wereldvrede zouden brengen, komt bedrogen uit

De wereld van telecommunicatie, internet en sociale media heeft mensen niet alleen tot elkaar gebracht, zij heeft ook de tegenstellingen meer manifest gemaakt. In beide dimensies is sprake van versterking. De neiging van de media (nieuwsmedia, televisie) deze ontwikkeling nog eens extra te belichten en uit te vergroten – met name de ruzies en de botsingen – leidt ertoe dat wij ons in eigen leven dagelijks worden geconfronteerd met lawaaiige conflictstof vanuit vrijwel alle werelddelen.


Vroeger (zonder internet)

In mijn eigen wereld beschouw ik het als een gulden regel dat je emoties en verschillen van opvatting face to face bespreekt, en niet via Facebook of e-mails. De non-verbale aspecten van communicatie zijn immers even essentieel als de letterlijke woorden die wij uitspreken. Liefst bewaar je op internet zoveel mogelijk de lieve vrede. In werkelijk echter doen velen,inderdaad wereldwijd,  juist het tegenovergestelde. De grootste plaag is misschien wel het feit dat mensen zich maar al te graag verschuilen achter het masker van hun anonimiteit om anderen, meestal een hele categorie of groep, te  beledigen. En hoe vaak gebruiken bepaalde mensen het internet niet om hun gramschap te spuien over zowat alles in hun leven?


Nu (met internet)

Zo bezien heeft het internet een ware doos van Pandora geopend met onze slechtste eigenschappenen grootste kwetsbaarheden. Spanningsvelden en tegenstellingen die er al zijn, met name de talloze etnische en religieuze kwesties in en buiten eigen land, dringen zich hierdoor extra lawaaiig en – helaas ook- gewelddadig in onze privésfeer.

De meeste commentaren waren het erover eens dat het volksoproer dat enkele jaren geleden leidde tot de zg. ‘Arabische Lente’(Libië, Egypte) niet zou zijn ontstaan zonder de sociale media. Het is een voorbeeld van de mogelijkheden die het internet biedt om hele bewegingen op gang te brengen, ten goede en helaas ook ten kwade. Niet voor niets  is cyber security een van de meest dringende kwesties van deze tijd (nu zelfs met gijzel software).

Kan het tij nog worden gekeerd? Het lijkt een naïeve vraag, zeker nu zelfs wereldleiders er niet van terugschrikken om het vuur van tegenstellingen via Twitter of enig ander medium aan te wakkeren. Desondanks zou ik mij er niet bij willen neerleggen dat het internet hoofdzakelijk het speelveld zou zijn van haatzaaiers en ruziezoekers. Ten minste is er toch ook de tegenkracht van de gestaag  toenemende verbondenheid, wereldwijd, van mensen, jonge mensen vooral, die van al die tegenstellingen en conflicten niets moeten hebben.

Het zou goed zijn als de media, of eventueel de overheden, aan die ontwikkeling minstens evenveel aandacht schenken als aan al het (media-)kabaal dat ons vandaag splijt.

vrijdag 5 mei 2017

NAAR EEN (BASIS-)WELVAARTSTOESLAG VOOR IEDEREEN



Opnieuw broeit de discussie over het invoeren van een basisinkomen. Amerikaanse topmannen en zelfs de pas gekozen Franse president Macron zijn er voorstander van, zo meldt de NRC (Een basisinkomen voor iedereen, werkt dat?).

Ik pleit al meer dan dertig jaar voor een sociaal (fiscaal) stelsel waarin iedereen deelt in de welvaartstoename. De cumulatie van mechanisering, automatisering en robotisering heeft inmiddels een stadium bereikt waarin een blijvende ongenuanceerde koppeling tussen arbeid en individuele inkomensvorming niet langer houdbaar is. Zonder aanpassing hiervan zal verdere innovatie op dit gebied leiden tot toenemende maatschappelijke spanningen. Deze worden nog eens extra aangewakkerd onder invloed van de steeds toenemende kloof tussen arm en rijk.

Fundamentele ingrepen zijn onontkoombaar. Belangrijkste voorwaarde is dat dit gebeurt in een duurzaam en gebalanceerd stelsel met voldoende prikkels voor bedrijven en kapitaalverschaffers om te blijven investeren in vernieuwing en efficiencyverbetering (inclusief robotisering) maar evengoed voor medewerkers om hieraan zonder voorbehoud met hun vernuft en verbeeldingskracht bij te dragen.

Zo’n stelsel heeft onvermijdelijk meerdere componenten. Men kan niet volstaan met een enkele maatregel, zoals het invoeren van een algemeen (gedeeltelijk) basisinkomen, zonder gelijktijdige veranderingen in het belastingstelsel en in het stelsel van de sociale zekerheid. Dat hiermee tevens een hoge drempel ontstaat om tot zo’n herziening te komen is even onontkoombaar. Mijn gedachte echter is dat wij vroeg of laat hiertoe gedwongen zullen worden, en dat dit beter met zorgvuldig beleid kan geschieden dan met een ontwrichtende revolutie.

Wat zijn de componenten van zo’n fundamentele stelselherziening?
  • Invoering van een (basis-)welvaartstoeslag van (ca.) 600 euro per maand voor alle ingezetenen met de Nederlandse nationaliteit vanaf 21 jaar
  • Verhoging van de belastingvrije voet tot ca. 20.000 euro per jaar
  • Afschaffing minimumloon
  • Als startvoorwaarde: generieke verlaging van de brutolonen, zodanig dat het netto-inkomen van werknemers bij invoering (nagenoeg) gelijk blijft
  • Afschaffing sociale werkgeverslasten
  • Doorvoering van belastingverhogingen voor ondernemingen naar evenredigheid van de winst per arbeidsplaats.

Ter toelichting het volgende.

De term welvaartstoeslag is hier doelbewust gebruikt. Het leidt tot een zekere afstand van de meer gangbare term ‘basisinkomen’. Hieraan kleven verschillende hardnekkige misverstanden. Het belangrijkste misverstand is de gedachte dat een basisinkomen moet voorzien in minimale bestaansvoorwaarden. Die gedachte is niet alleen onbetaalbaar, maar zij gaat ook voorbij aan de primaire grondslag van het hier geformuleerde voorstel: een toeslag gebaseerd op zuiver macro-economische gronden, namelijk dat deel van het nationaal inkomen dat wordt gegenereerd zonder menselijke arbeid. In die zin gaat het om een forfaitair bedrag, dat eventueel op een lager startniveau kan worden bepaald.

Een welvaartstoeslag is geen bijstand. Zij wordt automatisch toegekend, ongeacht feitelijk (overig) inkomen. Aanvullende bijstand kan in bepaalde gevallen noodzakelijk zijn, al is het verdere pakket gericht op een meer dynamische arbeidsmarkt die eerder werk schept dan werk vernietigt (zij het tegen gemiddeld lagere brutolonen).

De welvaartstoeslag wordt geheel gefinancierd uit de opbrengsten van de (aanzienlijk verhoogde) winstbelasting. Hiertegenover staat een minstens even aanzienlijke verlaging van de huidige sociale lasten.

Voor bedrijven ontstaan nieuwe afwegingsfactoren in de voortgaande automatisering en robotisering van bedrijfsprocessen: vooral wanneer deze leiden tot substantieel hogere netto-rendementen blijft deze ontwikkeling aantrekkelijk. Wanneer zij slechts marginaal hogere rendementen oplevert zal voorkeur worden gegeven aan handhaving van de betrokken arbeidsplaatsen.

Ten slotte:

Het voorgaande biedt enkel een grove schets. Van wezenlijke betekenis zijn de structurele herschikking in de opbouw en bestemming van kapitaalopbrengsten en de hiermee te bereiken maatschappelijke effecten. In de tweede plaats gaat het om vergroting (verruiming) van de arbeidsmarktdynamiek, zodanig dat meer kansen ontstaan voor brede arbeidsparticipatie.

In onze tijd staan wij voor ongekende veranderingen met ingrijpende gevolgen voor iedereen, of wij iets doen of niet. Maar het kind van innovatie (robotisering en verdere efficiency- en kwaliteitsverbetering) mag niet weggegooid worden met het badwater van onze angsten. Het is niet anders dan in de tijd vlak voor de Franse revolutie. Wie enkel brood wil toewerpen als troost voor de schreeuwende ongelijkheid, wacht een brute en ruïneuze afrekening. Zo ver kan het beter niet komen.

zaterdag 18 maart 2017

DE WERELD SNAKT NAAR SOCIAALDEMOCRATIE



Ik heb enige tijd overwogen PvdA te stemmen, en ik vond Ascher een verbetering ten opzichte van Samson, al was die wisseling volgens mij niet echt nodig. Tweestrijd in de PvdA, zo vlak voor de verkiezingen? Jongens waarom? Het is net zoiets als Lubbers die in 1994 zei niet op de lijsttrekker te zullen stemmen – zijn opvolger Brinkman – maar op Hirsch Ballin, die iets lager op de lijst stond. Desastreus. Ik heb ten slotte gestemd op Groenlinks, omdat Jesse Klaver in mijn ogen beter in staat was een frisse visie uit te dragen, met name voor de jongere generatie.

Maar het was niet alleen de abrupte leiderschapswisseling, zegt men. De PvdA is volgens tal van commentatoren al veel langer haar verhaal kwijt. Een proces van gestage afkalving na Wim Kok, die twaalf jaar lang als PvdA-voorman en tevens minister, respectievelijk premier, vooral bestuurder was en geen inspirator zoals vóór hem Den Uyl wel was geweest. De komst van de SP in de Tweede Kamer in 1994 was natuurlijk al een eerste teken aan de wand. Toch zou men kunnen zeggen dat de kern van het probleem al bij Den Uyl moet worden gezocht, of ten minste de erfenis die hij creëerde. Immers, onder zijn leiding werden sociaaldemocratie, progressiviteit en linksigheid op één hoop gegooid. Inwisselbare termen die suggereerden alsof het om één samenhangend gedachtengoed ging dat goed was voor de gewone man en tevens voor de hoogopgeleide intellectuelen die al die “linkse hobby’s” bedachten waarover nu nieuw-rechts zich graag smalend uitlaat.

Dat Spekman als partijvoorzitter typisch dat oude (intellectuele) links belichaamde, valt hem niet te verwijten, al is het goed dat hij van het toneel verdwijnt. Maar het is wel die stukgeroeste linksigheid, zonder aangepaste moderne visie op de toekomst van de hardwerkende burger, die de partij nu definitief de nekslag heeft gegeven. Dit kan niet meer worden rechtgezet door weer andere poppetjes of door een andere campagnestrategie. Dit vraagt totaal een omdenken van de hele geschiedenis.

De talloze tegenstellingen in onze tijd culmineren alle in dat ene tijdloze vraagstuk van macht en onmacht, bezit of geen bezit. Van kansen tegenover volstrekte marginalisering. Van nemen tegenover delen. Als er een tijd is voor degelijke sociale politiek, dan nu wel. Wij moeten ook niet denken dat de neoliberale vrolijkheid van de VVD en haar voorman Rutte het eeuwige leven is beschoren, juist vanwege die omstandigheden. Uiteindelijk loopt iedereen tegen de muur van het onbereikbare ultieme – egocentrische - materialisme.

Partijen die gemeenschapszin, solidariteit, materiële soberheid en vooral immateriële verbetering (cultuur, creatie, humaniteit) en duurzaamheid vooropstellen, hebben bijna per definitie de sleutel voor de toekomst in handen. Vroeg of laat bepalen zij de blijvende levensvatbaarheid van onze wereld op langere termijn. De VVD van Rutte is enkel bezig de laatste restjes van een gedoemde wereld op te snoepen. Zo mag het óók worden gezien.

Zelf ben ik van huis uit liberaal. Maar het verbaasde mij niet dat ik kort geleden de lunch deelde met een voormalig CPN-lid en dat wij in een open gedachtenwisseling over de toekomst redelijk op één lijn zaten: behoud van onze vrijheid als burger, maar wel gebaseerd op een versterkte sociale verantwoordelijkheid van iedereen. De wereld snakt naar een nieuw (vrijzinnig) sociaaldemocratisch perspectief. Inderdaad is omdenken dringend geboden.