maandag 23 januari 2012

Het radicale midden verplaatst alleen lucht


Het CDA bijeen voor een nieuwe strategie


Twee grote bestuurderspartijen verkeren in doodsnood. Beide hebben zij dit weekend hun koers geformuleerd en hebben dit gedaan in tegenovergestelde richting. De PvdA zoekt de polarisatie op en het CDA wil radicaliseren in het midden. Geven zij zichzelf de genadeslag of bieden zij daadwerkelijk perspectief op een herschikking van het door populisme geplaagde politieke landschap?

Opmerkelijk is dat tezelfdertijd zich ook een ‘populistisch midden’ manifesteert: de communicerende vaten van SP en PVV. Wat zij gemeen hebben is hun intense afkeer van het bestuurlijke dat PvdA en CDA verenigt als ook hun electorale strategie in de richting van iedereen rond en beneden modaal.

Een goede beoordeling van deze politieke zandverstuivingen wordt belemmerd door het totale gebrek aan inhoudelijk onderscheidend vermogen van alle genoemde partijen. Cohen mag dan eindelijk een lans hebben gebroken voor de werkgelegenheid, maar hoe hij dit kan waarmaken met een daadwerkelijk solide alternatief op het kille bezuinigingsbeleid maakt hij niet duidelijk. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor SP en PVV, die toch al geen boodschap hebben aan soliditeit.

Wat het CDA in dit licht verstaat onder een ‘radicale’ positie in het midden laat zich raden. Het klinkt meer als een dominee die zijn voeten nog eens extra in het zand zet met prachtige woorden maar eveneens zonder echte inhoud. De twee andere middenpartijen, D66 en Groenlinks, zouden zich door het CDA verleid moeten voelen maar het lijkt mij zeer twijfelachtig of zij ook maar enig lichtpunt zien in deze amechtige vernieuwingspoging van de christen-democraten. Ook in dat opzicht lijkt het radicale midden van het CDA vooral op een stap naar radicaal isolement.

De VVD kan bij dit schouwspel garen spinnen – meer dan zij nu lijkt te winnen (eerder te verliezen) in de peilingen. De populariteit van de PVV is voorlopig nog te groot om zich van die partij als gedoogpartner los te maken en zonder overtuigend alternatief zal Rutte dit ook niet snel willen doen. Maar hij moet beseffen dat hij aan het CDA weinig meer heeft (en omgekeerd geldt hetzelfde). De sleutel ligt in mijn ogen dan toch vooral bij de PvdA.

Dat kan alleen een PvdA zijn met een overtuigende boodschap en een ‘CPB-proof’ verhaal dat sociaal en financieel beter is dan het lopende beleid. De opstelling van Cohen biedt daarop voorlopig geen zicht.

Inderdaad, het zijn slechts zandverstuivingen. Op aardverplaatsingen zal de kiezer nog geruime tijd moeten wachten. Misschien is het onvermijdelijk dat populistisch Nederland eerst volop zelf het roer in handen neemt zodat en dat na de puinhoop van Roemer-Wilders ten langen leste ruimte ontstaat voor een serieuze hervorming van ons politieke spectrum. Enkel dansen rond het midden is geen oplossing.

maandag 16 januari 2012

Moeten wij op de weg terug van individualisering?




In deze tijd van sociaal-economische tegenslag vallen oude heilige huisjes om als rietstengels bij noodweer. Ten dele heeft dit te maken met het rechts-populistische politieke klimaat (“weg met de linkse hobby’s”), ten dele met de economische druk zelf. Nieuwe schaarste en demografie (vergrijzing) zetten de verworvenheden van links en rechts onder grote spanning. Een langdurige periode van recessie is niet denkbeeldig. Wat tot nu toe vooral werd getrakteerd als een financieel vraagstuk voor ons publieke bestel groeit uit tot een algehele welvaartscrisis. Ons hele maatschappelijke bouwwerk dreigt te imploderen als gevolg van nog meer bezuinigingen, servicevermindering, nieuwe ongelijkheid en opkruipende armoede onder steeds grotere delen van de bevolking. Het zal blijken dat juist de rechtse hobby’s in deze omstandigheden het meest kwetsbaar zijn. Met zekerheid gaat op enig moment de hypotheekrenteaftrek voor de bijl. De opbrengst van die ingreep zal minder indrukwekkend zijn dan de symboliek ervan. Het gaat om de hele gedachte dat wij een massasamenleving in stand kunnen houden op basis van geatomiseerde aanspraken en verwachtingen in een situatie waarin het steeds meer gaat aankomen op solidariteit en gedeelde welvaart. Ik zeg bewust niet ‘gedeelde smart’. Meer gezamenlijkheid in het benutten van de beschikbare materiele goederen past immers bij een wereld die ook op langere termijn uit is op houdbaarheid. Dat kan alleen wanneer hiervoor positieve impulsen bestaan en niet slechts het sombere motief van tijdelijke ellende.

Links en rechts komen op dit moment ernstig tekort in het ontwikkelen van enig langetermijnperspectief waarin de vraagstukken van nieuwe schaarste effectief worden beantwoord. Dat zo’n perspectief tevens nieuwe mogelijkheden kan omvatten, bijvoorbeeld op het gebied van energie, onderstreept de noodzaak hiertoe veeleer dan dat zij die ontkrachten (“dat lossen we dan wel op” is de verkeerde houding). Onnodig om in dit verband opnieuw de vlag te hijsen over de sterke afname van de werkgelegenheid. Ik heb dit al vaak genoeg gedaan. Ik zie het als een structureel fenomeen en niet enkel als een conjuncturele hobbel. Onze sterk geïndividualiseerde arbeidsethos, erfenis van de industriële revolutie, zal opnieuw bekeken moeten worden. Hoe verdelen wij de welvaart in een hoog efficiënte wereld die 24 uur per dag draait met gestaag afnemende menselijke interventie?

Maar dit zijn slechts flarden. Het is buitengewoon lastig ons hele bestel om te denken in de richting van een nieuw en vooral duurzaam maatschappelijk en economisch evenwicht. Dat vraagt tijd en mogelijk nog grotere welvaartschokken. Maar dat de “rechtse afbraak” die wij nu beleven op enig moment in haar tegendeel zal verkeren lijdt voor mij geen twijfel.

Lees:

In politiek Den Haag komt het mes al snel op tafel

dinsdag 10 januari 2012

Minister Kamp miskent de realiteit op de arbeidsmarkt




Minister Kamp van Sociale Zaken vindt dat iedereen die kan werken ook moet werken. Werklozen en bijstandstrekkers behoren elk aanbod te accepteren. Heldere principes, die op zichzelf niet onredelijk zijn maar die in de realiteit van dit moment voor tal van werkzoekenden geen soelaas bieden.

Sinds vorig jaar is het aantal gepubliceerde vacatures zeker tot de helft geslonken. Deze neergang treft niet alle segmenten van de arbeidsmarkt in gelijke mate. Over de kwantitatieve en kwalitatieve trends op de arbeidsmarkt tref ik nauwelijks enige analyse, dus moet ik het doen met mijn eigen globale impressie.

Mijn indruk is dat voor hoog opgeleiden in niet-exacte of niet-financiële beroepscategorieën de loopbaanvooruitzichten nog het meest geslonken zijn. Brede, meer beleidsmatige functies zijn volkomen verdwenen. Dat spoort ook met de algemene trend van sanering die hogere prijs stelt op pure uitvoering en die nadenken op de achtergrond schuift. Accountants, controllers, verkoopspecialisten, ICT’ers en ja, ook zorgverleners blijven populair; daarbuiten kan je het schudden. Ook voor de middengroepen verdwijnen meer banen dan er bij komen.

Een groot tekort in de beeldvorming rond de situatie van werkzoekenden is hun gebrek aan stem. Van de concrete omstandigheden en knelpunten van mensen in deze situatie weten wij bitter weinig (*). Wie zich laat kennen als werkloze is getekend voor het leven. Men houdt z’n mond. Veel informatie over de daadwerkelijke werking van de arbeidsmarkt komt dus niet boven tafel.

Maar ik weet zeker dat er een veel grotere stille ellende heerst dan waarvan Kamp blijk geeft. Mensen die niet meer vooruitkomen, die onder hun kunnen werken en vooral: mensen die er gewoon buiten staan en niet meer binnenkomen.

Elk aanbod accepteren? Dat is mooi gezegd, maar dan mag minister Kamp wel vertellen waar die aanbiedingen vandaan moeten komen. Voor tal van mensen is dat het grootste knelpunt, hoe hard zij ook proberen te solliciteren.

Even zorgelijk is het stilzwijgen op dit punt bij de belangrijkste oppositiepartijen, te beginnen met de PvdA. Ik heb al eens eerder betoogd dat die partij de arbeidsparticipatie hoog in het vaandel zou mogen stellen en niet alle energie zou moeten weggeven aan het Wilders pesten.

Onze werkgelegenheid heeft een krachtige woordvoerder nodig. Minister Kamp heeft zich gediskwalificeerd. Vakbonden zijn bezig met gisteren. Wie biedt?

(*) Toevallig hoorde ik juist vandaag een interview op Radio 1 met een 40-plusser, 22 maanden werkzoekend, 300 sollicitaties, 20 gesprekken en nog steeds geen baan. Hij klonk bepaald niet als een kansloze. Zijn optreden op de radio is een grote uitzondering op iedereen in zijn situatie die nu blijft zwijgen. Pet af.

-------------------

PS:
De volgende lezersreactie voeg toe als PS bij dit verhaal. Ik ondersteun het van harte.

"Het is eigenlijk een grote schande dat Kamp juist nu steeds strengere maatregelen aankondigt en doet alsof werklozen nuttelozen zijn en dat het hun eigen schuld is dat ze zonder werk zitten. En hij predikt een soort van propaganda over werkenden die ook niet klopt, zoals : "werkende mensen verhuizen aan de lopende band, dus de werklozen / uitkeringstrekkers moeten verplicht verhuizen voor werk". Nou werkende mensen verhuizen helemaal niet aan de lopende band vanwege een baan. Dat heb ik uitgezocht.

Ik vraag me verder af hoeveel echte vacatures er zijn. Vaak zijn het steeds dezelfde, of zijn het ook wel schijnvacatures. Of er zijn vacatures die een werkgever naar buiten brengt maar ondertussen zoekt de werkgever intern. Kamp heeft geen idee!"

vrijdag 6 januari 2012

Geschiedenis doe je zonder emoties


Hitler begroet Duitse katholieke leiders bij zijn aantreden als Reichskanzler (1933)


Een dag of wat geleden zag ik een aardige documentaire op de Belgische TV over hun koning Leopold III. Als koning tragisch, als mens ook sympathiek. De documentaire gaf op een nuchtere toon de historische feiten, die in hun nuance in ons eigen land weinig bekend zijn. Wel weten wij dat Leopold, die zich voor de Duitse inval in mei 1940 had opgeworpen als aanvoerder van de Belgische verdediging, op persoonlijk gezag besloot onder zijn volk te blijven. Zijn ministers vertrokken naar Londen, net als bij ons de complete regering van Wilhelmina. Leopold creëerde daarmee het staatkundige monstrum van een fysieke en mentale splijting tussen staatshoofd en de politiek verantwoordelijke ministers. Hij schoot hiermee vooral in zijn eigen voet en de Belgen hebben Leopold zijn opstelling op dat moment en in het verdere verloop van de Duitse bezetting behoorlijk kwalijk genomen. De Duitsers voerden hem uit België weg en interneerden Leopold met zijn gezin in een ver weg gelegen slot in Duitsland en daarna in Oostenrijk. Op de troon heeft hij niet meer gezeten. Hem werd direct na de oorlog zelfs dringend aangeraden voorlopig niet terug te keren. Zijn broer Karel kreeg de positie van Regent. Toen Leopold na enkele jaren alsnog zijn land binnen reisde ontstond een volkstumult. Een referendum over zijn positie maakte duidelijk dat er onvoldoende – overtuigende – steun was voor zijn terugkeer op het fluweel. Zoon Boudewijn, inmiddels achttien jaar, werd koning en Leopold schoof definitief naar de achtergrond. Tot zover de publieke geschiedenis.

Een andere controversiële stap van Leopold was zijn tweede huwelijk, tijdens de oorlog, met de – veel jongere - vrouw die nadien aan zijn zijde zou staan als prinses Liliane. Zij stichtten samen een tweede gezin met – nog eens – drie kinderen. Deze komen in de documentaire allen aan het woord. Hun verhaal gaat vooral over de privé-persoon van hun vader. Het is een heel warm verhaal, vandaar dat sympathieke. Leopold mag in zijn rol als koning de situatie tijdens en na de oorlog verkeerd hebben beoordeeld – en wel heel verkeerd -, als vader en vervolgens als verwoed ontdekkingsreiziger had hij beslist zijn charmes. De documentaire gaf onder meer een beeld van de door Leopold nagelaten verzameling “antropologisch zeer waardevolle” dia’s van primitieve volken in Zuid-Amerika alsook de door hem verzamelde opgeprikte exotische insecten, eveneens van museale betekenis. Leopold gaf aanleiding tot kritiek, zeker, maar beslist ook tot respect.

Maar hoe dit ook moge zijn, de feitelijke boodschap van deze documentaire overstijgt het enkele belang van het gekozen onderwerp. De Belgische koningskwestie was – en is nog steeds – een pijnlijke episode in haar recente geschiedenis. Boudewijn en vervolgens diens broer Albert hebben er alles aan gedaan de breuken te lijmen of ten minste bij elkaar houden. Dit mede tegen de achtergrond van hun vader de koninklijke brokkenpiloot. Hun eigen oordeel over diens handelwijze hebben zij nimmer publiek verwoord. Laat staan dat zij zich daarover ooit in verontschuldigende termen hebben uitgesproken.

Ik moest hier aan opnieuw denken toen in ons eigen land de suggestie opkwam van een “excuus” van onze eigen regering voor het gebrek aan aandacht tijdens de oorlog – dus in Londen – van Wilhelmina en haar kabinet voor de Jodenvervolging. Dit is niet alleen een loos gebaar, zoals al door enkelen is gesteld, maar ook een gevaarlijke vorm van geschiedvervalsing. Het is een goede zaak geweest dat onze complete regering (dus staatshoofd en kabinet) het bezette gebied van ons Koninkrijk ontvluchtte. Die beslissing gaf mogelijkheden en natuurlijk ook beperkingen. Men kan zich – achteraf pratend – natuurlijk van alles afvragen over de toereikendheid van de initiatieven die vanuit Londen zijn genomen. Het vergt echter grote verbeeldingskracht voor wie denkt dat onder de toenmalige omstandigheden daadwerkelijk aan de Holocaust een halt kon worden toegeroepen. En was het alleen onze regering? Churchill, om maar eens een voorbeeld te noemen, repte op geen enkel moment in zijn talloze radiotoespraken over het lot van de Joden. Het militair overwinnen van de Duitsers verdrong in alle opzichten de aandacht voor de ellende die het Nazi-regime onderweg in eigen land en in de bezette gebieden teweegbracht. Zelfs vandaag nog is men niet uitgesproken over de handelwijze in de Nazi-tijd van de katholieke kerk, respectievelijk de Paus in Rome (1).

Natuurlijk mogen over de geschiedenis te allen tijde kritische vragen worden gesteld. Dat maakt de geschiedenis ook voortdurend interessant en somtijds niet minder belangwekkend voor de actualiteit (2). Maar dit kan toch het beste met een neutrale instelling, anders verliezen wij bij voorbaat onze nieuwsgierigheid voor de vele kanten van welke episode, of welke concrete personen, dan ook. Dat geldt voor zo iemand als Leopold III, de Nederlandse regering in Londen in bezettingstijd en zelfs voor kerkelijk leiders onder wier vleugels tijdens en helaas ook na de oorlog zich de meest vreselijke realiteiten hebben voltrokken.



(1) Nog onlangs hoorde ik van iemand die na de oorlog op een katholieke school had gezeten dat hij spreekwoorden moest leren uit een schoolboekje dat bol stond van anti-Joodse uitlatingen.

(2) Wat te denken van een studentenscriptie, zoals ik vandaag las, bekroond met een 10, die de PVV aanduidt als 'fascistisch'. Ook dat vraagt historische nuchterheid, lijkt mij.