Posts tonen met het label Brexit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brexit. Alle posts tonen

vrijdag 7 juli 2017

EUROPA VOORUIT (L’EUROPE EN MARCHE!)



Is er een weg naar een ‘lichte’ naast een ‘zware’ EU?

Met de verkiezing van de nieuwe Franse president Macron, een ware Sunny Boy,  is er voor het eerst sinds lange tijd de hoop van een voortvarend leiderschap in het hart van Europa. Maar welk hart precies, en – als het erop aankomt – van welk Europa?  Sinds het begin van de jaren vijftig zijn verschillende concepties van Europa ontstaan die de hoedanigheid van Europa in onze tijd sterk ongewis hebben gemaakt.


Er zijn ten minste drie gestaltes – of verdragssferen - van Europa (zie afbeelding), die bij nadere beschouwing een lappendeken vormen, vervuld van grote tegenstrijdigheden en niet opgeloste conflicten, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten, welvaart en gelijke kansen (Hongarije, Griekenland), rechtstaat en democratie (Rusland, Hongarije, Turkije). Het gaat ook om landen die wij als westers Europees burger met geen mogelijkheid ‘Europees’ kunnen noemen.

Hoe anders is dit ‘Europa’ van het Europa van vóór 1914? Ik heb hierover een persoonlijk getuigenis van mijn eigen grootmoeder, die Amerikaanse was, en die rond 1911 voor het eerst, als jonge getrouwde vrouw, met dat Europa kennismaakte. Zij herinnerde zich een Europa van grote gemeenschappelijkheid, van Londen naar Wenen, van Amsterdam naar Moskou..ja, zelfs tot in Istanbul. Moderne treinverbindingen – waaronder de Oriëntexpres - speelden hierin een belangrijke rol.

In de nasleep van WO I werden de eerste breuklijnen getrokken die nadien nooit werkelijk geheeld zijn. Het was vooral die oorlog – en veel minder WO II - die ons continent politiek en cultureel verdeelde. En wat is dan nu, honderd jaar later, in deze tijd, ‘ons’ Europa? Ik vrees dat op deze vraag even zoveel antwoorden kunnen worden gegeven als ons continent inwoners kent. Dit is wel bijzonder ironisch omdat wij juist in onze tijd beschikken over ongekende nieuwe verbindingen. *)

Na WO II is er een andere prominente eenheid ontstaan, of ten minste het besef dat wij daartoe behoren, namelijk dat van de Westerse wereld. Europa plus Amerika, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Alle het product van de Europese blanke mens. Wij willen in onze tijd vooral dààr toe behoren. Maar hier wringt zich onmiddellijk een schoen. Amerikanen zien ‘westers’ vooral Angelsaksisch, en dat geldt niet minder voor de Britten, die dit bovendien nog eens hebben onderstreept door hun eigen breuklijn te trekken met het Europa van de EU. “Westers” zijn wij met elkaar misschien nog in de NAVO, maar daarvan is ook Turkije lid, dat westers noch Europees is, ja met de dag minder.

Landen zoals Nederland (de Benelux), Denemarken en – merkwaardig genoeg – ook Ierland worden nu door toedoen van Engeland en met het sterk eigengereide Amerika van Donald Trump teruggeworpen op een zuiver continentaal Europa, een toneel waarmee zij zich in de geschiedenis altijd enigszins ongemakkelijk hebben gevoeld, met name door het (dominante) optreden van Frankrijk en Duitsland. Beide landen spelen opnieuw – of nog steeds – een sleutelrol in de voortgang van die geschiedenis.

Het wegvallen van de hegemonie van de (voormalige) Sovjet-Unie in het oostelijk deel van Europa heeft weliswaar geleid tot nieuwe Europese verbondenheid, maar ook in dit opzicht is sprake van ambivalente en schuivende loyaliteiten. De inwoners van de Baltische staten, die zich ogenschijnlijk dapper in het Europa van de EU én van de euro hebben gestort, zijn niet volop, van harte, Europees en dit wordt met de huidige generatiewisseling ternauwernood anders, of het zijn talloze jongeren die hun heil elders, in West Europa, zoeken en zich om hun eigen land niet meer bekommeren.

Stelselmatige immigratie vanuit niet-westerse landen voegde een nieuw aspect toe aan de – sociale, politieke en culturele – lappendeken die Europa, zoals aangegeven, uit zichzelf al is. Van alle ongemakken zijn de gevolgen hiervan voor velen nog het moeilijkst te verteren. Anders dan bij immigratiegolven in vroeger eeuwen (die natuurlijk hoofdzakelijk uit Europa zelf kwamen) is sprake van een hardnekkige stagnatie in de sociale en culturele absorptie (assimilatie) van de betrokken – met name Turkse en Marokkaanse – bevolkingsgroepen.  Internationale ontwikkelingen, inclusief de herleving van religieus fanatisme, trekken diepe scheuren in onze gemeenschappen. Zij voeden een wederkerig mentaal isolement van sexisme, fanatisme, racisme, met toenemende agressiviteit en zelfs ernstige gewelddadigheid. Hoe maken wij hiervan alsnog een Europa met minimaal gedeelde waarden? (**)

Maak de eurozone een krachtige regio (“harde EU”)

Het Europa van de euro raakt ons dagelijks en is voor Nederlanders het meest cruciaal op dit moment. Klapt de euro-economie, dan houdt voor ons alles op. Tussen de eurolanden is het daarom zaak de losse rafels snel aan te pakken. We moeten sterker met elkaar verbonden worden. Niet met nog meer regels en sancties maar in onze intrinsieke euroverbondenheid. Te veel overheersen de rekenmeesters van de Europese Centrale Bank, zonder samenbindend gezag en zonder gedeelde visie op onze rol als ‘eurogroep’ in het krachtenspel van de wereldeconomie. Dat hieraan tevens een sterker democratisch element gekoppeld dient te worden in de vorm van een euro-parlement (als aparte sectie van het EU parlement), lijdt bij mij geen twijfel. Ook lijkt het mij logisch dat dit gepaard gaat met een versterkte publieke c.q. parlementaire verantwoordingsplicht van de raad van ministers van de eurolanden. De verworvenheden van de huidige EU dienen voor de eurolanden onverkort gehandhaafd te blijven. Voorlopig wordt – in deze opzet - de eurozone niet uitgebreid (zie de met groen aangeduide landen) en wordt alles in het werk gesteld om Griekenland er bij te houden.

Essentieel is dat de landen van de Europese muntunie gezamenlijke ambities formuleren ten aanzien van de belangrijkste opgaven in onze tijd: klimaat, energie, migratie en bevolkingsontwikkeling, sociaal en fiscaal beleid, en dat zij die ambities voortvarend uitdragen in de grotere wereldgemeenschap.

Saneer de huidige – grote – EU tot een sobere (“zachte”) Europese (markt-)gemeenschap

Reeds enige tijd staat deregulering hoog op de agenda van de EU, maar het is een uitzonderlijk taai proces met tal van belangenconflicten. De gedachte aan een ‘zachte’ EU (minder regels c.q. verplichtingen) is intussen actueel geworden in de discussies rond de Brexit, al heeft deze in veler ogen vooral de geur van “niet de lasten, wel de lusten”.  Dit is natuurlijk geen redelijk uitgangspunt. Lusten en lasten dienen over het geheel genomen steeds in evenwicht te zijn. Veeleer zou dienen te worden gekeken naar de condities en voorzieningen die thans gelden voor landen met een associatieverdrag met de EU (w.o. Noorwegen, Servië). Welke aanvullende voorzieningen zijn dan nodig voor een minimaal toereikend lidmaatschap van de EU? En zou dit een EU kunnen zijn waarvan ook Engeland lid wil blijven?

Ik werp dit alles enkel  op bij wijze van gedachte-exercitie: een sterk afgeslankte  - of sterk versoberde – ‘grote EU’, en een kleine kern: de ‘harde EU’ van de muntunie. Om Europa sterk te maken moeten wij misschien een stapje terug en naar voren tegelijk. Dat is de achterliggende overweging.

Onze identiteit als Europeanen

Maar al deze denkbare herschikkingen in schaal en verantwoordelijkheid van de samenwerking in Europa laten de vraag naar het diepere wezen van Europa en dus ook van onszelf als Europeaan onbeantwoord. Deze vraag is eens te meer pertinent in een tijd waarin populistisch nationalisme sterk overheerst in het publieke (media)geluid en waarop tot nu geen overtuigend – dat wil zeggen: beslissend – weerwoord is gegeven. Zeker zijn verwijzingen naar het verleden, twee Wereld-oorlogen of meer in het algemeen de geschiedenis van rivaliteit en conflict tussen de grotere Europese mogendheden van destijds geen zinvolle respons.  Jongere generaties hebben hiervan geen levende voorstelling en verlangen – in mijn ogen terecht – een antwoord dat gericht is op – en inspiratie biedt voor - hun toekomst.

Want is immers voor onze identiteit als Europeaan zo’n land als Griekenland (de Grieken als volk) niet verschrikkelijk wezenlijk. Dat is toch meer dan alleen geschiedenis? ***)

En geldt dit niet eveneens voor Amerika en Canada? Dus ook voor Engeland? We moeten ons werkelijk afvragen of wij Engeland op deze manier uit Europa mogen laten stappen. Misschien hebben juist wij als continentaal Europa de verantwoordelijkheid om de brug naar Engeland terug te slaan. Op dezelfde manier zou Europa ook naar Amerika – het Amerika van Donald Trump – de hand reiken: kunnen wij Trump helpen? Of Putin met zijn Rusland?

Het lijkt mij vervolgens dat wij in de ‘grote’ EU meer doelgericht kunnen werken aan onze identiteit, dat wil zeggen de waarden die de EU vertegenwoordigt ten aanzien van thema’s zoals duurzaamheid, (religieuze) vrijheid en tolerantie, samenwerking en vriendschap (inclusief conflictbeheersing), en niet te vergeten veiligheid. De EU dient ook een defensie-unie te zijn, zo nodig met het gelijktijdig relativeren van de betrekkingen in de NAVO. Heel concreet: ja, we moeten meer offers brengen voor onze militaire capaciteit en paraatheid, maar niet per se ter bevrediging van de verlangens van de VS.

De aanhoudende stroom vluchtelingen aan de zuidflank van Europa is de meest actuele – en dringende – testcase in deze tijd voor wie wij zijn als Europeanen. De aarzelende reactie van verschillende EU-lidstaten op het verzoek van Italië om hulp bij het opvangen of kanaliseren van vele duizenden migranten stemt in dit verband niet tot optimisme. Los hiervan zal hert vooral gaan om de bijdrage die de EU-landen bereid zijn te leven aan de verbetering van de omstandigheden in (noord-) Afrika.

De positie van Nederland

Wij hebben als Nederland in Europees verband en ook daarbuiten unieke mogelijkheden om nieuwe bruggen te slaan. Dat vraag evengoed een ambitieuze, grensverleggende opstelling. Het is daarom te hopen dat het komende politieke seizoen, met een nieuw kabinet, hieraan een flinke impuls geeft.

Voetnoten

*) Zie mijn verhaal over de moderne telecommunicatie:  We communiceren meer maar we maken ook vaker ruzie


***) Stellig is voor mij Griekenland ook toekomst, al was het omdat mijn kleinzoon een half-Griekse vader heeft. 

woensdag 7 juni 2017

DE GESCHIEDENIS IS TERUG, MET GROTE HEFTIGHEID




Na meer dan 25 jaar zijn wij wel zeer ver weg van de victorie van het westers democratisch liberalisme, zoals destijds verwoord door Francis Fukuyama in zijn “The End of History”. Wie zich toen nog zorgen kon maken over de grenzeloze saaiheid van een wereld waarin alle klassieke strijdbijlen zijn begraven, heeft vandaag misschien aanleiding juist daarnaar dringend te verlangen. Dit neemt niet weg dat na de eeuwwisseling sprake is geweest van een uitgesproken stagnatie van de geschiedenis, een situatie waarin niet saaiheid maar vooral onmacht overheerste. Het is de stagnatie die op 9 september 2001 met harde klappen werd ingeluid bij de inslag van twee passagiersvliegtuigen in de Twin Towers in New York. Sindsdien leven wij in een voortdurende dubbele gijzeling: de dreiging (en realiteit) van hernieuwde terroristische aanslagen en de bijna draconische veiligheidsmaatregelen die wereldwijd op nagenoeg alle fronten onze traditionele burgerlijke vrijheden hebben ingeperkt. Vanaf de in 2001 door de VS onder Bush jr. aangevoerde “War on Terror” onttrekken astronomische geldbedragen zoveel ruimte aan de wereldeconomie dat investeringen in essentiële ontwikkelingen zoals schone energie en klimaat-beheersing niet of onvoldoende plaatsvinden.

De schade van het afgelopen decennium is natuurlijk vele malen groter, en het is mede onder invloed hiervan dat wereldwijd krachten zijn losgebroken die ons voor het eerst in lange tijd in toenemende onzekerheid brengen over de – ongekende – vrede en welstand waarin wij na de Tweede Wereldoorlog, althans in onze wereld, leven. Ja, inderdaad, de geschiedenis is weer in beweging gekomen, met getrokken zwaard. In onze onmacht vrede te sluiten met oude (en nieuwe) vijanden staart ons tevens het spiegelbeeld aan van de toestand direct na de Eerste Wereldoorlog (1919), toen de westerse wereld nog in staat was om alles en iedereen, ook in het Midden-Oosten, aan haar belangen ondergeschikt te maken.

De meest opmerkelijke wending is dat nu juist in onze eigen wereld, ondanks toenemende dreigingen van buitenaf, het tapijt van vaste zekerheden van binnenuit onder ons vandaan wordt getrokken. Dit geldt zowel het Britse verlangen zich los te maken van de EU als de verkiezing in Amerika van een sterk ‘eigentümliche’ president, die niets liever lijkt te verlangen dan Amerika terug te brengen naar de staat van isolationisme waarin het vóór 1918 verkeerde. Nooit eerder heeft dit land, dat als geen ander heeft bijgedragen aan - en ook de vruchten plukte van – de wereldwijde materiële welvaartsontwikkeling, zich zo faliekant tegenover zijn bondgenoten geplaatst als nu bij het terugtrekken uit het klimaatakkoord van Parijs.

Men kan een hele reeks van actuele gebeurtenissen of situaties aanwijzen met een sterke historische lading. Deze variëren van de hernieuwde spanningen tussen China en de Aziatische landen, waaronder Japan, over de doorvaart in de Zuid-Chinese Zee tot de desastreuze verhoudingen in het Midden-Oosten, de ongewisse positie van Rusland en – niet te vergeten – de wankele eenheid binnen de EU, niet alleen door Brexit maar ook door de ambivalente verhoudingen met de voormalige Oostblok-landen.

Dit alles vindt plaats terwijl gelijktijdig massieve mondiale vraagstukken dringen om een eensgezind antwoord van alle (genoemde) landen: klimaatverandering, grondstoffenschaarste, overbevolking, toenemende welvaartsverschillen etc. en alles wat ons in het kielzog hiervan overspoelt, niet in de laatste plaats de aanzwellende stroom vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Afrika. Het is een uitgesproken ironie dat een periode die werd ingeluid met de val een muur (Berlijn, 1989) nu wordt vervolgd met een tijdperk waarin alom nieuwe muren – dreigen te - worden opgetrokken. Ironisch vooral ook omdat mensen dankzij de moderne communicatiemiddelen wereldwijd meer dan ooit met elkaar verbonden zijn geraakt.

Maar nog leven wij niet daadwerkelijk in een nieuw tijdperk. Hoe kan het ook, wanneer alles wat ons in de afgelopen eeuw achtervolgde nog steeds, of opnieuw, met grote heftigheid, op onze deuren bonkt. Meer dan ooit moeten wij de rafels van de geschiedenis onder ogen zien. Minder dan ooit kunnen wij gerust zijn over het vervolg.



zondag 26 juni 2016

WIJ WILLEN ALLEMAAL EEN ANDER EUROPA


In de EU staat nu alles op z’n kop


Vooraf

Brexit bood een uniek precedent als het gaat om referenda. Onder de stembusgangers waren minstens evenveel sterk gemotiveerde stemmers aan beide zijden: leave resp. remain. Want inderdaad, alleen als de stemming in het land werkelijk 50/50 is, kan een referendum zinvol zijn. Onverschilligheid over referenda is geen optie meer. Anders worden zij blijvend het machtsmiddel van een minderheid.

Brexit staat voor onbehagen in heel Europa

Hoe dan ook, dit is wat gebeurt wanneer leiderschap tekort schiet om geschiedenis te maken. Dan schrijft het volk zijn eigen geschiedenis. Regeringsleiders zien de spiegel van hun eigen falen. De afrekening hiermee lijkt onverbiddelijk en op lange termijn onafwendbaar. Immers, de stemming tegen de EU in Engeland is niet de enkele gezichtsvernauwing van eilandbewoners. Alom in Europa heerst ongemak met de Brusselse bureaucratie en met haar zielloze invloed op het dagelijkse leven van haar burgers.

Dat die invloed – over de afgelopen tientallen jaren bezien – in werkelijkheid niet enkel negatief is legt in de beeldvorming vandaag weinig eieren in de schaal. Jongere generaties hebben geen boodschap aan de grote visies die in de jaren vijftig hebben geleid tot de eerste Europese verdragen. Zelfs het gegeven dat wij mede hierdoor inmiddels meer dan zeventig jaar (nagenoeg) in vrede leven overtuigt nog weinigen. Stellig is dat een van de lessen van de discussies die ‘Brexit’ – niet alleen in Engeland – veroorzaakte.

Nu al roepen de eerste reacties uit Brussel argwaan op. Er wordt bijna zalvend gesproken over een “flexibel Europa”, wat niets minder is dan het recept voor verdere afkalving. En ook de reactie van onze eigen premier Mark Rutte valt in deze categorie. Hij verviel onmiddellijk in typische Brussel speak. De termen die hij gebruikte zoals ‘stap voor stap’ en ‘stabiel’ liggen voor op de tong van alle Europese politici en ambtenaren. Zij spreken de taal die ons allemaal is gaan tegenstaan, de Babel van voortdurende compromissen en halve besluiten die op ons drukt als een dikke deken van overmatige regelzucht. De EU is een soort katholieke kerk, onbereikbaar en onaantastbaar voor de burger, een bestuurlijk Vaticaan waarvan de regels op Europa als pauselijke dictaten worden afgestort. Daarmee moet radicaal worden gebroken ter wille van een democratisch en toegankelijk Europees leiderschap.

Wat staat ons te doen

De onmiddellijke gevolgen van ‘Brexit’ zullen intussen minder dramatisch blijken voor de economie (in Europa zelf) dan velen doen geloven. Het Verenigd Koninkrijk is geen euroland, het pond blijft het pond. Het handelsverkeer zal grotendeels in tact blijven.

Maar des te zwaarder zijn de politieke consequenties. Die liggen nu op het bord van alle Europese regeringen en hun parlementen. De conclusie kan geen andere zijn dan dat wij in Europa met ons allen een hernieuwd proces van onderhandelen over de EU zullen ingaan. Hopelijk laat men zich hierbij op z’n minst inspireren door de gevoelens van verontwaardiging die een eventueel verdergaande aftakeling van Europa juist bij jongeren blijkt op te roepen. Het referendum in Engeland is bij uitstek hun Wake-up Call.

In de tweede plaats mag de herbezinning in Europa niet enkel worden toevertrouwd aan de heersende ambtelijke en politieke elites. Werkelijk nieuw leven geven aan de EU zal buiten de bestaande orde gestalte moeten krijgen. Het lijkt mij daarom van groot belang dat denktanks en actiegroepen worden opgezet met een brede participatie uit alle bevolkingsgroepen. Gebeurt dit niet dan is er opnieuw het risico van een luidkeels “Non!” tegen elk volgend voorstel.

Intussen is het verstandig om te waken tegen vergaande versimpeling. Vooral populisten zien de opgave uitsluitend als een kwestie van ‘minder EU’. Dat is een illusie. Zeker, een hoop regelgeving mag terug naar de lidstaten, maar de kern blijft het democratisch gehalte van de EU en de noodzaak van overtuigend leiderschap dat zich verantwoordt tegenover alle Europeanen. Mijn hoop is dat wij een streep zullen gaan halen door het wangedrocht van de Europese Commissie. In de plaats van deze bureaucratische moloch behoort de EU geleid te worden door een politiek bestuur dat verantwoording aflegt aan het Europees parlement.

Het wordt weer interessant. Ik merk het aan mijn schrijfdrift. Niets is erop tegen dat wij allen, als gewone Europese burgers, de geschiedenis een handje blijven helpen.