Posts tonen met het label vrede en welvaart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrede en welvaart. Alle posts tonen

woensdag 7 juni 2017

DE GESCHIEDENIS IS TERUG, MET GROTE HEFTIGHEID




Na meer dan 25 jaar zijn wij wel zeer ver weg van de victorie van het westers democratisch liberalisme, zoals destijds verwoord door Francis Fukuyama in zijn “The End of History”. Wie zich toen nog zorgen kon maken over de grenzeloze saaiheid van een wereld waarin alle klassieke strijdbijlen zijn begraven, heeft vandaag misschien aanleiding juist daarnaar dringend te verlangen. Dit neemt niet weg dat na de eeuwwisseling sprake is geweest van een uitgesproken stagnatie van de geschiedenis, een situatie waarin niet saaiheid maar vooral onmacht overheerste. Het is de stagnatie die op 9 september 2001 met harde klappen werd ingeluid bij de inslag van twee passagiersvliegtuigen in de Twin Towers in New York. Sindsdien leven wij in een voortdurende dubbele gijzeling: de dreiging (en realiteit) van hernieuwde terroristische aanslagen en de bijna draconische veiligheidsmaatregelen die wereldwijd op nagenoeg alle fronten onze traditionele burgerlijke vrijheden hebben ingeperkt. Vanaf de in 2001 door de VS onder Bush jr. aangevoerde “War on Terror” onttrekken astronomische geldbedragen zoveel ruimte aan de wereldeconomie dat investeringen in essentiële ontwikkelingen zoals schone energie en klimaat-beheersing niet of onvoldoende plaatsvinden.

De schade van het afgelopen decennium is natuurlijk vele malen groter, en het is mede onder invloed hiervan dat wereldwijd krachten zijn losgebroken die ons voor het eerst in lange tijd in toenemende onzekerheid brengen over de – ongekende – vrede en welstand waarin wij na de Tweede Wereldoorlog, althans in onze wereld, leven. Ja, inderdaad, de geschiedenis is weer in beweging gekomen, met getrokken zwaard. In onze onmacht vrede te sluiten met oude (en nieuwe) vijanden staart ons tevens het spiegelbeeld aan van de toestand direct na de Eerste Wereldoorlog (1919), toen de westerse wereld nog in staat was om alles en iedereen, ook in het Midden-Oosten, aan haar belangen ondergeschikt te maken.

De meest opmerkelijke wending is dat nu juist in onze eigen wereld, ondanks toenemende dreigingen van buitenaf, het tapijt van vaste zekerheden van binnenuit onder ons vandaan wordt getrokken. Dit geldt zowel het Britse verlangen zich los te maken van de EU als de verkiezing in Amerika van een sterk ‘eigentümliche’ president, die niets liever lijkt te verlangen dan Amerika terug te brengen naar de staat van isolationisme waarin het vóór 1918 verkeerde. Nooit eerder heeft dit land, dat als geen ander heeft bijgedragen aan - en ook de vruchten plukte van – de wereldwijde materiële welvaartsontwikkeling, zich zo faliekant tegenover zijn bondgenoten geplaatst als nu bij het terugtrekken uit het klimaatakkoord van Parijs.

Men kan een hele reeks van actuele gebeurtenissen of situaties aanwijzen met een sterke historische lading. Deze variëren van de hernieuwde spanningen tussen China en de Aziatische landen, waaronder Japan, over de doorvaart in de Zuid-Chinese Zee tot de desastreuze verhoudingen in het Midden-Oosten, de ongewisse positie van Rusland en – niet te vergeten – de wankele eenheid binnen de EU, niet alleen door Brexit maar ook door de ambivalente verhoudingen met de voormalige Oostblok-landen.

Dit alles vindt plaats terwijl gelijktijdig massieve mondiale vraagstukken dringen om een eensgezind antwoord van alle (genoemde) landen: klimaatverandering, grondstoffenschaarste, overbevolking, toenemende welvaartsverschillen etc. en alles wat ons in het kielzog hiervan overspoelt, niet in de laatste plaats de aanzwellende stroom vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Afrika. Het is een uitgesproken ironie dat een periode die werd ingeluid met de val een muur (Berlijn, 1989) nu wordt vervolgd met een tijdperk waarin alom nieuwe muren – dreigen te - worden opgetrokken. Ironisch vooral ook omdat mensen dankzij de moderne communicatiemiddelen wereldwijd meer dan ooit met elkaar verbonden zijn geraakt.

Maar nog leven wij niet daadwerkelijk in een nieuw tijdperk. Hoe kan het ook, wanneer alles wat ons in de afgelopen eeuw achtervolgde nog steeds, of opnieuw, met grote heftigheid, op onze deuren bonkt. Meer dan ooit moeten wij de rafels van de geschiedenis onder ogen zien. Minder dan ooit kunnen wij gerust zijn over het vervolg.



dinsdag 3 juli 2012

Europa niet omwille van de geschiedenis


















Rome 1957 - de geboorte van de Europese Gemeenschap


Het is een cliché – maar daarom niet minder waar – dat elke generatie haar eigen gevolgtrekkingen moet verbinden aan de toestand die vorige generaties hebben achtergelaten. Gevolgtrekkingen die passen bij de concrete omstandigheden van het moment. 

De uitdaging is niet om aan het naoorlogse project Europa vast te houden omdat dit nu eenmaal de inzet is geweest van ten minste twee voorafgaande generaties. Het verleden dwingt de toekomst niet (*). Dat is enkel het perspectief van de toekomst zelf, zoals onze eigen tijdgenoten deze in meerderheid formuleren.

De analyse van de toekomst van Europa – ik bedoel: de Europese Unie – vraagt een rücksichtslos afwegen van de omstandigheden, de kansen en beperkingen, de middelen en voorzieningen enzovoorts die vandaag aan het fenomeen Europa verbonden zijn.

Het grote bezwaar tegen de afwegingen die nu worden gemaakt is dat zij wel in zeer overwegende mate worden gebaseerd op enkel de verplichtingen – dat wil zeggen: de hoge schuldenlast van de Europese staten. Beantwoording hieraan wijst maar één richting op: nog meer Brussel, nog meer Europees centraal dirigisme.

De Europese kiezer staat vrijwel machteloos tegenover de bulldozer van het monetaire Europa. Hoe meer dit overheerst, des te meer manifesteert zich het onafgemaakte project dat Europa in feite is gebleven. We zouden toch moeten vinden dat het ene gat niet kan worden gedicht zonder ook het andere vullen. En als we dat laatste niet willen – of niet kunnen – wat dan?

Het Europa van de Unie is gericht op het vrije verkeer van kapitaal, goederen, diensten en mensen. De gedachte is altijd geweest dat dit vrije verkeer de welvaart (en vrede) van het geheel ten goede zou komen, en dat is in belangrijke mate bewaarheid. Wie ook maar even terugdenkt aan de toestand van nog geen honderd jaar geleden zal dat onmiddellijk beamen. De muntunie is hiervan een logisch sluitstuk.

Ook mag niet onderschat worden wat intussen in Europa, evenals in de rest van de wereld, is teweeggebracht op het gebied van communicatie en mobiliteit. We zijn met ons allen meer wereldburger dan in enige tijd tevoren. Opnieuw onvergelijkbaar met bijvoorbeeld de Nederlandse provinciale geest van een eeuw geleden.

Het Europa en ook het Nederland die mede daardoor zijn ontstaan zouden wij niet moeten willen weggooien. Integendeel. Dit neemt echter de noodzaak niet weg van een grondige bezinning op de instituties en procedures die wij van de voorgeschiedenis hebben geërfd. Dat vraagt een frisse blik, vanzelfsprekend, maar ook een proactieve inzet, met name van onze premier, op een brede, mobiliserende visie. Deze ontbreekt op dit moment ten ene male. Niet de boekhouding maar de daadwerkelijke merites van een leven voor alle Nederlanders (en Nederlandse bedrijven) in volle openheid (en competitie) met de rest van Europa dienen hiervan de basis te zijn. 



(*) In ’Historicus Rutte begrijpt niets van de naoorlogse geschiedenis’ (Volkskrant) pleit de student Jenne Jan Holtland voor een Europees beleid dat “recht doet aan de geschiedenis”. Wat is dat voor recht?