Posts tonen met het label ruimtevaart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ruimtevaart. Alle posts tonen

donderdag 8 februari 2018

WAT IS DE TOEKOMST VAN DE MENSHEID?




Starman kort na de lancering (dit is geen CGI!)
 

Een bijzondere mijlpaal in de geschiedenis

De lancering van de Space X Falcon, met een Tesla Roadster als bagage – of eigenlijk: als het feitelijke ruimteschip – op 6 februari 2018 markeert een belangrijke stap naar een nieuw ruimtetijdperk.

Het lijkt er bijna op of NASA zich moet schamen. Zoveel onmiddellijke innovatie bij de lancering van een raket van een privébedrijf. De raketten werkten feilloos en onvoorstelbaar krachtig. De vormgeving was ongekend. Een naald van de mensheid werd voor oneindig lange jaren het zonnestelsel ingeprikt.

Dit is ‘space’ in alle dimensies. Ja, zo gek zijn wij mensen. Iets volkomen dwaas op deze manier in een baan om de zon te sturen. Met zekerheid is dit het enige thans bekende vertoon van de mensheid dat nog honderden miljoenen jaren ongeschonden zal bestaan.

Ga eens stilzitten en laat deze beelden van begin tot eind tot je doordringen:

De perfectie en de onmetelijke schoonheid.
En als dat het ook is, mogen we optimistisch zijn.
Toch kan er ook reden zijn om dit kritisch te beschouwen.

Ik vertelde over deze lancering en de sportauto in de ruimte aan mijn Oom van bijna 94. Iemand van wie het leven in het teken staat, tot in zijn oudste dag, van vrede en voorspoed voor de mensheid. Hij fronste zijn wenkbrauwen: “Nee, dit kán niet de prioriteit zijn”. Laten we ons dat óók realiseren.

En laten we tegelijkertijd toch ook zeggen: het is goed als mensen blijven werken aan het verleggen van onze grenzen, hoe ook. Mits vreedzaam – zeker! Hoeveel goeds is er in de afgelopen decennia niet juist uit ruimtevaart ontstaan op onze Aarde?

Maar is het waar, als je implicaties van een sprong als deze tot je laat doordringen ontkom je niet aan die reflectie, des te meer in het perspectief van navolgende miljoenen jaren.
Jazeker, wat eigenlijk is onze toekomst als mensheid?





vrijdag 17 augustus 2012

Ja de wereld heeft een ambitie nodig maar niet op Mars





















“De Olympische Spelen bewijzen telkens weer dat mensen tot ongelofelijke prestaties in staat zijn die bij miljarden respect en bewondering oproepen. Van die Olympische spirit moeten we leren dat de mensheid met een gezamenlijk doel het beste uit zichzelf kan halen. Er is maar een doel dat dat kan bewerkstelligen: een kolonie op Mars.” Dit schrijft Tim van Opijnen van SciencePalooza (*) in de Volkskrant van 17 augustus. Hij vindt dat de mensheid een alles overstijgende – en alles verbindende - ambitie nodig heeft, zo zou ik zijn pleidooi willen samenvatten. 

Met de strekking van zijn verhaal (in mijn eigen woorden: geschiedenis wordt gemaakt door ambitie) ben ik het wel eens. In feite weergalmt het de concrete herinnering aan een ruimteproject – het Amerikaanse Apollo project - dat inderdaad een inspiratie is geweest voor een hele generatie en dat belangrijke neveneffecten heeft gehad op de technologieontwikkeling in verschillende sectoren. Ook Van Opijnen herinnert hier natuurlijk aan. 

“Daarnaast zal er grote vooruitgang worden geboekt in het ontwikkelen van bijvoorbeeld super efficiënte recycling methodes, zonnecellen, brandstof en het groeien van voedsel die hier direct op aarde ook een toepassing zullen vinden. En, zoals het project Mars One voorstelt, wordt deze missie het grootste media-evenement van de eeuw, wat miljarden aan TV-rechten oplevert.” 

Intussen is duidelijk dat de Amerikaanse overheid niet piekert over een bemande missie naar Mars. De situatie is bepaald anders dan in de tijd – begin jaren zestig - waarin Kennedy de wereld op sleeptouw nam naar de Maan. Hijzelf zal ook niet hebben beseft welke verstrekkende gevolgen die missie uiteindelijk zou hebben. Daarnaast leveren de onbemande missies naar Mars tot nu toe geen enkele aanwijzing op voor een zinnige menselijke exploitatie van de rode planeet. Eerder het tegendeel. 

Bovendien lijkt het mij dat de mensheid haar ambitie meer dan ooit op onze eigen planeet zelf moet zoeken. De neveneffecten waarnaar Van Opijnen verwijst hebben niet de omweg nodig van een ruimtelijke missie. Wat weerhoudt ons ervan die ambitieuze doelstellingen op het terrein van grondstoffen en voedselproductie, energie, schoon water enzovoorts rechtstreeks te formuleren, met een flink internationaal plan? 

Dat de Olympische Spelen een mooi voorbeeld zijn van meeslepende internationale samenwerking kan natuurlijk alleen maar worden onderstreept. Ook in die termen heb ik alle begrip voor Van Opijnen’s betoog. Desondanks zou ik denken dat wij beter met onze voeten op eigen grond kunnen blijven. 




(*) Zie: De mensheid heeft een ambitieus doel nodig: een kolonie op Mars. SciencePalooza zorgt voor “Scherp en verantwoord wetenschapsnieuws”, aldus de website.

zondag 1 mei 2011

Wijzelf zullen het niet weten: leven buiten de Aarde




De speurtocht naar buitenaards leven lijkt te worden teruggezet (*) naar wat het altijd is geweest: een thema van speculatie of, op z’n best, van enkel calculatie. Zelf heb ik wel eens berekend dat zich binnen de ruimtetijd van honderdduizend lichtjaren – de omvang van ons Melkwegstelsel – enkele honderden planeten bevinden met een ontwikkeld ‘aards’ leefmilieu. De berekening daarvan is mede gebaseerd op de verhouding tussen noodzaak en toeval in de nu bekende evolutie van het leven op onze eigen planeet. Ik heb daarbij aangenomen dat de processen die drieëneenhalf miljard jaar geleden tot biologisch leven hebben aangezet een directe eigenschap zijn van de elementen maar dat de ontplooiing daarvan tot hoogontwikkeld, intelligent leven buitengewoon onwaarschijnlijk is. Daarom acht ik het meer plausibel dat het leven buiten de aarde vooral bacterieel, eencellig, is dan dat wij spoedig aanwijzingen zullen vinden voor denkende, technologisch bekwame ‘aliens’. Wie zich bovendien de korte tijdspanne realiseert waarin het complexe leven op Aarde is geëvolueerd (enkele honderden miljoenen jaren vanaf de Cambrische explosie), mag niet verwachten dat binnen hetzelfde ‘tijdvak’ (hoe ook gedefinieerd, gezien de immense afstanden) een min of meer identiek proces zich elders in het heelal heeft voltrokken. Ook die factor maakt de kans dat wij vanuit Aarde ooit daadwerkelijke aanwijzingen zullen vinden voor buitenaards leven buitengewoon klein.

Zullen wij het dan nooit weten? De gedachte dat wij als Aardse wezens alleen zijn lijkt bijna even ontzagwekkend als de mogelijke wetenschap van het tegendeel. Het onderwerp is van meer dan alleen wetenschappelijke betekenis. Het verlangen om het heelal te kennen is diepgeworteld in onze menselijke nieuwsgierigheid hoe oneindig de onvervulbaarheid daarvan ook moge zijn. Voortgezette pogingen om leven te vinden buiten de Aarde zijn in dit licht belangrijker dan het resultaat dat hiermee ooit wordt bereikt. En wat is ‘ooit’? Honderden of zelfs duizenden jaren voordat enig leven wordt gevonden zijn niks. Wie in de immensiteit van de ruimte succes wil hebben mag dit niet verwachten voor zichzelf maar op z’n best voor kleinkinderen of verre achterkleinkinderen. Een return on investment op die tijdschaal valt echter moeilijk te verzoenen met de druk van onze korte termijn economie. De enige weg om hier uit te komen is door de beoogde ‘return’ opnieuw te definiëren, in hapklare brokken, van stap naar stap.

Wie het zoekproces langs die lijnen uitwerkt, gericht op tussenresultaten en niet op het gewenste einddoel, zal het SETI project, de organisatie die nog het meest met deze zoektocht wordt geïdentificeerd, dus inderdaad op de – zeer – lange baan schuiven. Het is daarvoor duizenden jaren te vroeg. Anders gezegd: het is met de huidige kennis en technologie een investering in een onwinbare loterij. Dat misschien mede om die reden aan de ruimtelijke zoektochten niet te veel geld wordt besteed, kan dus wel worden begrepen. Dit vooral gezien de focus van SETI op ‘intelligent leven’ en niet op enig (teken van) leven.

Onderweg hoeven toevalstreffers natuurlijk niet te worden uitgesloten. Revolutionaire doorbraken zijn altijd mogelijk, maar zij zijn onvoorspelbaar. Dat geldt ook voor hun eventuele neveneffecten, zoals spin-offs naar andere (commerciële, ‘aardse’) toepassingen en omgekeerd: nieuwe ongekende risico’s. Het is misschien beter wat wij eenzaam blijven, zeggen wetenschappers. We kunnen nooit weten wat wij oproepen.




(*)
Lees:
Setback search for extraterrestrial life