vrijdag 27 april 2012

Het enkele beleid van de boekhouders brengt geen nieuwe welvaart




















Amerikaanse columnisten maken gehakt van de Europese begrotingspolitiek. Zij zien dit als het recept voor veel grotere economische misère dan de ellende die deze politiek beoogt te vermijden. Een serieuze deskundige discussie vindt bij ons niet plaats. Wie de starre Europese politiek wil nuanceren wordt meteen in het verdomhoekje gezet.

Voor de leek is dit zeer verwarrend. Is er werkelijk een alternatief voor de monetaire mantra die Rutte en vooral De Jager met zoveel verve belijden? Laat ik hier even afzien van het argument dat het gaat om Europese regels die wijzelf hebben gewild en die wij dus ook bij andere landen van de monetaire unie afdwingen. Ik begrijp heel goed dat afwijking ervan onmogelijk is als eenzijdige handeling, zeker van Nederland. Waar het om gaat is het onderliggende financieel-economische denken.

In mijn ogen begint iedere discussie of analyse hiervan bij de fundamenten van de economie zelf. Met zevenmijlslaarzen stuit ik op het meest klemmende vraagstuk voor de wereldeconomie, te weten de opkruipende energie- en grondstoffenschaarste. Wie daadwerkelijk groei wil, komt hier niet omheen. Anders gezegd, we kunnen bezuinigen wat wij willen, maar zonder doorbraak in nieuwe, alternatieve energiebronnen en in de (verdere) recycling van materialen voor gebruiks- en verbruiksgoederen kan van een daadwerkelijke economische opleving geen sprake zijn.

Er zijn ook andere factoren die dit scenario in de afgelopen tien jaar op de lange baan hebben geschoven. De belangrijkste daarvan in mijn ogen zijn de enorme uitgaven sinds 9/11 aan veiligheid en wereldwijde militaire inspanningen. Daarmee schuif ik de kern van globale economische crisis vooral naar Amerika en niet naar Europa. Dit met de tegenwerping dat landen in Europa hiervoor natuurlijk medeverantwoordelijk zijn. 

De tweede factor zijn de welvaartsaspiraties van de afgelopen decennia die ons cumulatief hebben gebracht tot een hoge schuldenlast. Op enig moment ligt de rekening ervan op tafel en dat gebeurt nu onder wel zeer weerbarstige omstandigheden.

Maar hoe dit ook zij, een politiek die het beheersen van de schuldenlast en het betalen van de daarvoor verschuldigde rente (dus: bezuinigen) beschouwt als enige prioriteit lijkt inderdaad gedoemd te falen wanneer deze niet ten minste parallel gaat aan een voorwaartse investering op het terrein van energie enzovoorts en aan het effectief bedwingen van de brandhaarden in onze wereld.

Een dergelijk samenhangend perspectief heeft alleen kans van slagen wanneer Europa en Amerika (de VS) in dit opzicht de handen ineenslaan. Duurzaamheid, klimaat, financiën en innovatie horen dus bij elkaar op de hoofdagenda te staan van onze wereldtop. 

Terug naar Nederland lijkt het mij dat enkel boekhoudersucces à la De Jager veruit onvoldoende is. In die zin beschouw ik ook het recente Haagse akkoord over de bezuinigingen enkel als een politieke vredespijp voor de armoede en niet als het begin van ook maar enig offensief naar nieuwe perspectieven. Positief is natuurlijk wel dat aan dat akkoord is meegewerkt door een veel evenwichtiger samenstel van partijen dan wij een tijd lang aan het roer hebben gezien.

woensdag 25 april 2012

Maar wat vindt de kiezer?




















Wishful thinking beheerst het politieke mediaspektakel

Zelfs Maurice de Hond weet niet veel meer te vertellen dan het draaien van zijn grijs geworden plaat. Over de diepe roerselen van het Nederlandse electoraat, beslissend voor het politieke toneel van morgen, kan niemand met zekerheid iets zeggen. Dat vraagt tijd. Het is goed dat daarvoor de hele zomer, tot begin september, is uitgetrokken. In de eerste plaats om de partijen ruimte te geven de keuzes te maken die zij aan de kiezer willen voorleggen. 

Een herhaling van de uitkomst in 2010 kan bijna per definitie worden uitgesloten. In het politieke krachtenveld spelen verschillende nieuwe factoren ten opzichte van twee jaar geleden. De eerste factor heb ik al eerder genoemd: de onmiskenbare populariteit van Rutte als premier. Islamisering en immigratie zijn lang niet meer de hete aardappel van weleer. Wilders kan op die punten niet opnieuw scoren. De aandacht gaat volledig naar het redden van onze economie en van de perspectieven voor werkgelegenheid van een wel heel grote groep mensen. 

Ook de positie van de PvdA is onvergelijkbaar met die in 2010. Samsom is niet de gedoodverfde alternatieve premier die Cohen in die periode was. De goede persoonlijke banden tussen Cohen en Rutte zijn veranderd in grote persoonlijke en politieke afstand tussen PvdA en VVD. Over paarsplus hoeft niet meer gedroomd te worden. Dat laatste lijkt ook de conclusie van D66 en Groenlinks die nu, nota bene, de handen ineenslaan met de Christen-Unie. Toch geen heftig handgebaar naar links!

De grote onzekerheid betreft het CDA. Geen enkele partijprominent is een overtuigend nieuwe leider. Ik zou zelf denken dat de jonge Buma nog het meest in aanmerking komt. Maar ook dan blijft het een enorme krachttoer om deze partij uit het moeras te trekken. 

Als ik mijn eigen intuïtie volg, zou ik denken dat de kiezer zijn bekomst heeft van de versplintering. Voor het eerst in jaren ben ik bereid als kiezer terug te gaan naar mijn oude honk, de VVD. Ben ik hierin een uitzondering, of wordt het een trend?

De handelwijze van de partijen onderweg in de begrotingsdiscussie en in de dialoog op de achtergrond met Brussel zal zeker een effect hebben op het kiezersvertrouwen. Mij dunkt dat het voor mediawellustig populisme aanzienlijk lastiger zal worden om de gunst van de kiezer te behouden. Maar ja, daar begint ook mijn eigen wishful thinking.

zondag 22 april 2012

Voor de VVD is er slechts één weg: kies de premier



















Het kabinet mag zijn vaste meerderheid kwijt zijn, dat betekent nog niet het einde voor Rutte. Zijn positie is interessant. Alom is hij populair als premier, zelfs bij mensen die niet per se aanhanger zijn van de VVD. Het komt er dus voor die partij op aan maximaal winst te halen uit dit premierschap. Onverbiddelijk betekent dit dat de VVD opnieuw als grootste partij uit de verkiezingen moet voortkomen. Veel kiezers zal de PVV uit die partij ook niet meer weten weg te halen. Ik denk eerder dat per saldo het tegenover-gestelde zal gebeuren. De campagne van de VVD zal tegenover Wilders een harde lijn moeten trekken, zoals Rutte in feite al bij de mededeling over het Catshuis-echec heeft gedaan. Maar dat zal hij even goed moeten doen naar de linker flank. Roemer en Samsom maken dit hem maar al te gemakkelijk, is mijn indruk. De jonge PvdA-leider wordt ontijdig voor de kiezersleeuwen geworpen. Dat is voor hem, zeker gezien Rutte’s gunstige pers, buitengewoon nadelig. 

De middenpartijen zullen alles op alles moeten zetten om hun kiezers terug te winnen. Dat geldt in de eerste plaats voor het CDA. Maar met welke leider? En het is de opgave van Groenlinks en D66. Als wij bij voorbaat iedere hernieuwde poging tot een paarsplus variant kunnen uitsluiten, wat ik doe, dan staan deze partijen misschien wel bij uitstek voor een electorale tour de force. 

Maar misschien is het beter om alles op dat ene paard te zetten. Alle zwevers, alle twijfelaars: zet uw stem op Rutte en juist niet op het midden. Zelfs ik vraag mij af of ik onder deze omstandigheden niet liever het zekere kies voor het ongewisse. Des te groter de VVD, des te groter de kans dat er een coalitie komt met redelijke partijen.

zaterdag 21 april 2012

Hoera, het is politieke crisis

Rutte geeft de schuld aan de PVV (Volkskrant)

Ik ben al een behoorlijke tijd stil geweest in mijn blog over de Nederlandse politiek. Voor de nuchtere nuance was er weinig voedsel. Maar nu lijkt het erop dat de kaarten in ons parlement opnieuw moeten worden geschud om te komen tot een solide meerderheidsbeleid.

Aanleiding dus om mijn blog weer op te poetsen. Mijn messen te slijpen. Feiten te verzamelen. Te luisteren in de eerste plaats naar wat er eigenlijk aan de hand is.

De kaasstolp is weg van het wangedrocht van de gedoogcoalitie. Het wordt dus weer interessant.
 

maandag 2 april 2012

1912 – 2012 Het lot van alle klassen





Op 12 april a.s. herdenkt men de ondergang van de Titanic, honderd jaar geleden. Meer dan iedere andere scheepsramp in die tijd heeft deze tot onze verbeelding gesproken. Even ernstig echter was de ondergang van de Lusitania drie jaar later als gevolg van een Duitse torpedoaanval, waarbij vergelijkbaar aantal mensen om het leven kwam (1200 in totaal, tegenover 1500 bij de Titanic).

Mede dankzij de talloze verfilmingen en documentaires is het zinken van de Titanic symbolisch geworden voor het feit dat rang noch stand in het drama werd ontzien. En misschien is het eerder nog het toneel van die rangen en standen, de luxe van de rijken tegenover de zeer sobere omstandigheden van de laagste scheepsklasse die het meest in onze geest is vastgelegd. De ramp van de Titanic trok een streep door dat hele tijdperk. Inderdaad, dit was de finale van wat zich toch al onontkoombaar opdrong als de fin de siècle.

Democratieën hebben in de loop van de 20ste eeuw de oude keizerrijken vervangen. Maar dat is wel gebeurd met een lange fase van rechtse en linkse dictaturen die met zekerheid grotere humanitaire en materiele schade hebben aangericht dan enige keizerlijke autocraat ooit had durven verzinnen. Diezelfde democratieën staan in onze tijd – je zou zeggen: desondanks - onder zware druk, van binnen en van buiten, net als honderd jaar geleden de autocratieën.

De rijken van weleer zijn niet meer. Schaamteloos vertoon van welstand is echter niet verdwenen. Integendeel, ons dagelijkse nieuws wordt geplaagd door een leger van graaiers; mensen die zonder redelijke grond miljoenen wegslepen uit de kassen van het algemeen belang. Het verschil tussen keizers of oliemagnaten uit vroeger dagen en de nouveaux riches in onze tijd is betrekkelijk. Je zou bijna een nieuwe ijsberg verlangen die dit bolwerk van rijkdom kapot scheurt.

Maar het is net als destijds in het koude water van de Atlantische oceaan. De scheur in de hedendaagse ongelijkheid zal niet minder rücksichtslos zijn. We varen met ons allen in dezelfde zee, niet koud en ijzig maar woelig en vol onzekerheden. De hang naar het verhaal van de Titanic suggereert alsof wij ook nu in de slotfase verkeren van een tijdperk. Ons politiek bestel is verworden tot een karikatuur van grote ideeën die ons in de vorige eeuw dreven tot een ongekende welvaartsontwikkeling voor iedereen – van jong tot oud, in alle lagen van de maatschappij. Eén voor één dreigen hiervan de stoelpoten onder ons te worden weggezaagd. Het zijn niet de rijken en ook niet de armen die hierdoor het meest getroffen worden maar de middenklasse. De geschiedenis leert dat beschavingen als geheel hiervoor het meest kwetsbaar zijn.

Zo bezien blijft de Titanic bij uitstek het icoon van een zinkend (en gezonken) schip waarin iedereen ten slotte gelijk is. Het is de andere kant van dat zelfde ideaal. Ik wil niet beweren dat wij anno 2012 even ver van dat ideaal afstaan als honderd jaar geleden. Zelfs wereldwijd zijn de verschillen aanzienlijk kleiner. Desondanks is het de grootste uitdaging van onze tijd hierin niet opnieuw af te zinken.