Posts tonen met het label coalitie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label coalitie. Alle posts tonen

donderdag 3 mei 2012

De dronkemansgang naar nieuwe verkiezingen















Het is opmerkelijk dat direct na het wegvallen van Wilders’ gedoogsteun zonder grondige discussie de conclusie is getrokken van nieuwe verkiezingen. Ik kan dit enkel uitleggen als het optreden van politici die bloed ruiken: de honger naar electorale afrekening met de PVV.

Wij hadden al een minderheidskabinet, en het openbreken van het gedoogakkoord verandert hieraan in beginsel niets. Voor de belangrijkste kwesties moest het kabinet immers al steun zoeken bij een of meer andere partijen. 

De beslissing om de gang te maken naar de koningin viel nog voordat het wandelgangenakkoord op tafel lag. Zou het anders zijn geweest wanneer een dergelijk akkoord al vooraf in het verschiet lag? De zogeheten “Kunduz-coalatie” kan rekenen op 77 zetels, één meer dan de gedoogcoalitie met Wilders.

Anders gezegd: de snelle beslissing om terug te gaan naar het electoraat is gebaseerd op de verwachting met name bij CDA en VVD dat zij hieraan direct voordeel ontlenen voor hun eigen positie. De eerste peilingen wijzen uit dat dit vooral voor het CDA een hachelijk avontuur is. Voor de VVD lijkt het lood om oud ijzer. Wat het CDA verliest komt dubbel en dwars terug bij Groenlinks en D66, zo lijkt het. Er is gejuich over het nieuwe midden. Maar het is een gok. Inderdaad het borreldenken van de wandelgangen.

Sluit het kiezerssentiment aan bij deze snel gevonden vriendschap? Het is de hoofdvraag die ik al eerder heb gesteld. We kunnen schamper doen over het resterende appeal van Wilders nu zijn anti-islamisering campagne geen actualiteit meer heeft, maar wat te denken van zijn frontale aanval op Europa. Het neutraliteitssentiment is diepgeworteld in de Nederlandse geschiedenis. Dat wij in de hoogtijdagen daarvan ook nog beschikten over koloniale bezittingen is gauw vergeten. Nederland alleen is nooit iets geweest, en leg dat eens uit in hedendaagse termen.

Zo duikt iedereen in zijn zomerse verblinding. Juichend naar nieuwe verkiezingen. Nu komt alles goed. Maar de barre tijden zijn niet voorbij. Zij vragen meer dan het verstand van de wandelgangen om daar goed doorheen te koersen.

woensdag 2 maart 2011

Troostprijs voor de oppositie


D66 leider Pechtold


Waar ik in mijn eerdere blog vond dat de statenverkiezingen zonder betekenis waren, geldt dat toch niet voor de uitslag. Ik verbind hieraan twee gevolgtrekkingen. De eerste is vooral een aansporing in de richting van de oppositiepartijen; de tweede heeft betrekking op het verschijnsel ‘links’.

De nipt gemankeerde meerderheid van het kabinet in de Eerste Kamer maakt, zoals voormalig VVD-leider Hans Wiegel eerder deze week aangaf, van het kabinet een “normaal” minderheidskabinet. De VVD-CDA (PVV) coalitie zal de Eerste Kamer steeds de steun nodig hebben van andere partijen. Omgekeerd is het dus zaak voor die andere partijen zich op de gevraagde medewerking in te stellen. De Eerste Kamer kan alleen ja of nee zeggen en heeft dus geen mogelijkheden tot partiële bijsturing. Dat kan alleen als men al in een eerder stadium afstemt met de fracties in de Tweede Kamer. Oppositie voeren betekent onder deze omstandigheden dus gericht, constructief invloed uitoefenen. Dat is een mooie kans voor de desbetreffende partijen om het niet te laten bij enkel protest tegen dit kabinet.

Maar met de eenheid van “links” lijkt het mij nu wel gedaan, als daarvan al werkelijk sprake was. Ik ben zelf wel tevreden met de uitslag van D66: een duidelijk signaal dat het politieke midden nog steeds levensvatbaar is. En ik neem aan dat D66 leider Pechtold het ook zo opvat. Hij kan het meest invloed uitoefenen op het kabinetsbeleid naar mate hij meer afstand houdt vooral van Roemer en Cohen. Wanneer Jolande Sap verstandig is, doet zij hetzelfde.

De PVV verliest met deze verhoudingen een stukje van het veroverde machtsdomein. Daarmee komt de Nederlandse politiek in een meer evenwichtig vaarwater. Het is natuurlijk nog de vraag hoe de nieuwe Eerste Kamer haar politieke rol straks gaat invullen. Duidelijk is wel dat dit instituut zich in de komende periode mag verheugen in grotere (media-)belangstelling dan ooit tevoren. Het is erop of eronder: de kans voor onze Senatoren om te bewijzen dat zij er niet voor niets zijn.