maandag 16 januari 2012

Moeten wij op de weg terug van individualisering?




In deze tijd van sociaal-economische tegenslag vallen oude heilige huisjes om als rietstengels bij noodweer. Ten dele heeft dit te maken met het rechts-populistische politieke klimaat (“weg met de linkse hobby’s”), ten dele met de economische druk zelf. Nieuwe schaarste en demografie (vergrijzing) zetten de verworvenheden van links en rechts onder grote spanning. Een langdurige periode van recessie is niet denkbeeldig. Wat tot nu toe vooral werd getrakteerd als een financieel vraagstuk voor ons publieke bestel groeit uit tot een algehele welvaartscrisis. Ons hele maatschappelijke bouwwerk dreigt te imploderen als gevolg van nog meer bezuinigingen, servicevermindering, nieuwe ongelijkheid en opkruipende armoede onder steeds grotere delen van de bevolking. Het zal blijken dat juist de rechtse hobby’s in deze omstandigheden het meest kwetsbaar zijn. Met zekerheid gaat op enig moment de hypotheekrenteaftrek voor de bijl. De opbrengst van die ingreep zal minder indrukwekkend zijn dan de symboliek ervan. Het gaat om de hele gedachte dat wij een massasamenleving in stand kunnen houden op basis van geatomiseerde aanspraken en verwachtingen in een situatie waarin het steeds meer gaat aankomen op solidariteit en gedeelde welvaart. Ik zeg bewust niet ‘gedeelde smart’. Meer gezamenlijkheid in het benutten van de beschikbare materiele goederen past immers bij een wereld die ook op langere termijn uit is op houdbaarheid. Dat kan alleen wanneer hiervoor positieve impulsen bestaan en niet slechts het sombere motief van tijdelijke ellende.

Links en rechts komen op dit moment ernstig tekort in het ontwikkelen van enig langetermijnperspectief waarin de vraagstukken van nieuwe schaarste effectief worden beantwoord. Dat zo’n perspectief tevens nieuwe mogelijkheden kan omvatten, bijvoorbeeld op het gebied van energie, onderstreept de noodzaak hiertoe veeleer dan dat zij die ontkrachten (“dat lossen we dan wel op” is de verkeerde houding). Onnodig om in dit verband opnieuw de vlag te hijsen over de sterke afname van de werkgelegenheid. Ik heb dit al vaak genoeg gedaan. Ik zie het als een structureel fenomeen en niet enkel als een conjuncturele hobbel. Onze sterk geïndividualiseerde arbeidsethos, erfenis van de industriële revolutie, zal opnieuw bekeken moeten worden. Hoe verdelen wij de welvaart in een hoog efficiënte wereld die 24 uur per dag draait met gestaag afnemende menselijke interventie?

Maar dit zijn slechts flarden. Het is buitengewoon lastig ons hele bestel om te denken in de richting van een nieuw en vooral duurzaam maatschappelijk en economisch evenwicht. Dat vraagt tijd en mogelijk nog grotere welvaartschokken. Maar dat de “rechtse afbraak” die wij nu beleven op enig moment in haar tegendeel zal verkeren lijdt voor mij geen twijfel.

Lees:

In politiek Den Haag komt het mes al snel op tafel

Geen opmerkingen:

Een reactie posten