woensdag 21 september 2016

EÉN LAND, GEEN SAMENLEVING



Eind jaren zestig was op 30 april, Koninginnedag, het centrum van Amsterdam een toneel van lawaai, geweld en vernieling. In 1970 staken de autoriteiten en maatschappelijke de koppen bijeen voor de voorbereiding van een Koninginnedag zonder rellen. Zo werd ook het zogeheten Pastoraat benaderd. Deze instelling bekommerde zich in die tijd in het bijzonder om de gastarbeiders, de eerste generatie Marokkanen. Het  idee was dat ook de gastarbeiders zich welkom moesten voelen, want dat behoorde immers tot ons vertoon van gastvrijheid. Maar het Pastoraat reageerde met de mededeling dat men hiervoor geen moeite hoefde te doen, “want daar zijn ze toch niet in geïnteresseerd”. Het is begrijpelijk dat men in de omstandigheden van toen ervan afzag om alsnog op een gebaar naar de gastarbeiders aan te dringen. Maar achteraf zie ik dit toch als het begin van de ellende waarin wij vandaag nog zitten.

Er is niet zoveel verschil tussen het paternalisme destijds van pastorale werkers en het “multi-culti geknuffel” dat wij nadien hebben leren kennen. Want zij komen allebei op hetzelfde neer: laat iedereen zijn eigen ding, dan hebben we geen last van elkaar. Geïnteresseerd in elkaar zijn we niet.

Wij horen nu in de media en in ons parlement enkel nog bestraffende en afwijzende uitingen over Nederlanders met een andere, hoofdzakelijk niet-Westerse achtergrond. Turken en Marokkanen moeten het bij uitstek ontgelden. Van enigerlei wederkerige humor is geen sprake, terwijl juist dat hard nodig is.

Ernstiger vind ik dat zelfs in ons parlement wordt toegestaan dat Kamerleden minutenlang kunnen doorblazen in de meest discriminerende en geringschattende termen over een inmiddels significante Nederlandse bevolkingsgroep. Dat is intussen al langer dan tien jaar het geval. Nog steeds levert niemand  afdoende repliek, sterker nog: electoraal opportunisme duwt velen in hun richting.

Dat zwaktebod hebben wij aan onszelf te wijten. Nederland moet beter kunnen in een situatie waarin wij nog altijd hoog op de wereldranglijst staan in nauwelijks minder dan paradijselijke termen. Het is moeilijk te accepteren dat wij ons hierover op de borst kloppen terwijl wij gelijktijdig collectief afzakken naar een niveau van onbeschaafdheid – met sujetten zoals Wilders voorop – waarvoor ieder redelijk mens zich grondig zou schamen.

Kennelijk moeten wij het opnieuw leren normaal gastvrij en tolerant te zijn, maar wel geïnteresseerd en betrokken bij de ander. Laten wij ons eens verdiepen wat het is om moslim te zijn: het is niet zo moeilijk, en wie dat doet zal snel tot de conclusie komen wij helemaal niet zo hemelsbreed van elkaar verschillen. De verschillen die wij ervaren worden bepaald door een kleine minderheid. Dezelfde verschillen die wij ervaren met fanatieke Christenen in onze eigen Bijbelgordel. Nee, ook dat liever niet. Maar mensen hebben hun vrijheden.

Vrijheidsbeleving doe je samen. Dat roep je niet, en je legt onze vrijheidsbeleving, behalve datgene wat wettelijk is vastgelegd, niet eenzijdig op. Maar diezelfde Nederlandse vrijheid wordt steeds beklemmender. Het geblaas aan alle kanten wordt steeds onaangenamer. Het overgrote deel hiervan hebben wijzelf opgeroepen. 

Wie onder deze omstandigheden des te harder slaat op de tamboer van ons Nederlander zijn heeft het nog steeds niet begrepen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten