President Obama presenteerde deze week zijn frontale werkgelegenheidsinitiatief aan het Congres. Herhaaldelijk onderbroken door enthousiast applaus – vooral van zijn Democratische partijgenoten – verwoordde hij een moedige poging om Amerika weg te sleuren uit het moeras van economische stagnatie en massale inactiviteit. Zijn plan van netto 450 miljard dollar is vooral gericht op het mobiliseren van de middenklasse voor investeringen in infrastructuur en onderwijs. Daarnaast bepleitte hij een pakket van fiscale stimuleringsmaatregelen voor innovatieve bedrijfsinvesteringen.
De presentatie van Obama viel op door de krachtdadige inhoud en toonzetting. Wie hem welgezind is zal zijn initiatief opvatten als een positieve impuls en alles in het werk stellen om de voorstellen niet te laten verzanden in het moeizame politieke touwtrekken waarin de VS sinds het begin van de financiĆ«le crisis verstrikt is. Optimisme heeft zijn eigen betekenis, zelfs wanneer aan de betaalbaarheid ervan – zeker onder de huidige omstandigheden – nog grote twijfels kleven. Of dat optimisme zal overleven valt echter nog te bezien. Republikeinen reageren uiterst sceptisch, hoezeer tal van maatregelen in Obama’s pakket in feite uit hun koker komen.
Een aanpak zoals voorgesteld door Obama zou ook de landen in Europa niet misstaan. Banenpremies voor werkgevers, verlenging van sociale uitkeringen, verlaging van de loonbelastingtarieven en een pro-actief publiek investeringsbeleid behoren in mijn ogen ook bij ons typisch tot de ingrediƫnten van een beleid dat ons uit de negatieve spiraal kan trekken van enkel bezuiniging en sanering.
Het is te hopen dat premier Rutte de speech van Obama heeft gezien of dat hij ten minste de tekst ervan voor zich heeft. Sommige passages kunnen zo onze eigen troonrede in. Ook onze koningin zou straks wel iets mogen voorlezen met een positieve, optimistische strekking.