Ik dacht dat het mij nooit zou overkomen. De drukte over boerka’s heb ik altijd gezien als een sterke overdrijving. Waarom iets bij wet gaan verbieden dat toch al niet of nauwelijks voorkomt. Ik kende het verschijnsel alleen van plaatjes.
Maar nu zag ik een boerka op de openbare straat (*). De gedaante stond bij een tramhalte, met daarnaast een man. Daaruit leidde ik af dat onder het zwarte gordijn vermoedelijk een vrouw verborgen was. Ik kon niet nalaten er bij het voorbijgaan een flink aantal seconden naar te staren. Mijn wenkbrauwen fronsten.
De aanblik liet mij niet los. Dat zou mij ook zijn overkomen als ik midden in de zomer Sinterklaas was tegengekomen. Aan de geheel verborgen gestalte van een vrouw kleeft een maatschappelijk debat. De communis opinio in ons land is dat het niet past. De man die op deze manier zijn vrouw meevoert op de openbare straat is een onderdrukker. Daarom moest ik wel fronsen, omdat dit is wat wij vinden en dat behoren wij ook te laten zien. Deze algemene norm drong zich op in mijn gezicht, terwijl ik ook had kunnen lachen.
Echt storend kan ik het niet vinden, dat wil zeggen: zo lang ik niet al die gedachten er bij heb, die dwingende bezitsdrang, de ongelijkheid, de verborgen zieligheid van die vrouw. Zo hoef ik niet te denken, ook al was de aanblik verre van vrolijk.
Gezegd wordt dat wij de binnenkomst van dit soort fremdkorper moeten beschouwen als een verrijking. Dat gaat mij echt te ver. De man en die vrouw (het zal toch een vrouw zijn geweest) stonden daar geheel in zichzelf verzonken. Klederdrachten kunnen uitnodigend, ja zelfs feestelijk zijn, maar het beeld bij die tramhalte was van een volkomen stilte, ja zelfs van pure grimmigheid.
Terug naar de publieke discussie die erop uit is dit te verbieden. Ik heb daarover al vaker mijn twijfels geuit. We praten hier niet over een muggenplaag. Mijn gevoel is dat wij de gestalte onder het donkere gewaad – lees: die vrouw – eerder nog kwetsbaarder maken. Het gaat niet om haar. Het gaat om hem.
Ik wil wel horen wat die mannen er zelf over te zeggen hebben en niet enkel de herhaalde publieke afkeuring. En als er een wettelijk verbod komt, laten we dan ook denken aan de agent die straks dat varkentje moet wassen.
(*) Een medeblogger wijst mij erop dat de afbeelding geen boerka is maar een niqaab. Zo leer je nog eens wat. Dit was ook wat ik feitelijk op straat zag. De term boerka gebruik ik desondanks om beide drachten aan te duiden.