zondag 19 januari 2014

De prehistorie van de euro



In 1975 bestond de Europese Gemeenschap uit negen lidstaten. Engeland besloot in dat jaar - bij referendum - om het lidmaatschap van de gemeenschap voort te zetten. De Europese economieën stonden aan de vooravond van een langdurige stagnatie en stijgende werkloosheid.

In dat zelfde jaar zond de radio een korte serie gesprekken uit met drie prominente - internationale - Nederlanders.

Dit waren ex-minister Johan Witteveen - toen directeur bij het IMF - , Emile van Lennep - Secretaris-genraal van de OESO - en Joseph Luns - Secretaris-generaal van de NAVO.

Deze radiouitzending is ook vandaag nog actueel. Alle kernbegrippen van de Europese samenwerking komen aan de orde. 

De opname hiervan maakt deel uit van het door mijn vader nagelaten geluidsarchief.


zaterdag 4 januari 2014

MIJN EIGEN MUZIEKKANAAL OP YOUTUBE



In de afgelopen periode heb ik werk gemaakt van het erfgoed aan 78-toerenplaten van mijn vader: met name bestaand uit Amerikaanse en Britse danksmuziek uit de jaren dertig. Naast mijn hiervoor opgezette website DINAH'S CLUB kan men de collectie ook bezoeken op mijn Youtubekanaal: 


TheoKA1952 (te vinden onder: "Browse channels" in Youtube.com).

De verzameling wordt regelmatig aangevuld met nieuwe nummers. 

vrijdag 27 december 2013

Mijn nieuwe blogsite voor liefhebbers van jazz & dansmuziek uit de jaren '30

Mijn vader verzamelde in zijn jeugd vele 78-toerenplaten met muziek van Amerikaanse en Britse jazz and dansorkesten. Hij nam een groot aantal daarvan jaren later op met zijn bandopnemer. Die bandopnamen heb ik vervolgens omgezet in een compleet digitaal muziekarchief.

De belangrijkste nummers uit dit archief zet ik nu op een nieuwe blogsite die geheel gewijd is aan het 78-toeren erfgoed van mijn vader:

Link: DINAH'S CLUB


Hier een nummer uit deze site:



Louis Armstrong en Jimmy Dorsey & his Orchestra: "When the skeleton in the closet started to dance".

maandag 9 december 2013

MIJN NIEUWE BOEK: GELUKKIG NEDERLAND


Sinds 2006 publiceer ik met enige regelmaat korte essays over de actualiteit. Dit deed ik aanvankelijk in het Volkskrantblog, en na 2011 op mijn eigen weblog Vrijheid - je eigen Verantwoordelijkheid.

Van die essays maakte ik een selectie. Zij vormen alle bijeen een momentopname, een tijdbeeld van Nederland in de eerste jaren van de 21ste eeuw.

Er is sprake van schuivende thema's. In het eerste gedeelte ligt de nadruk vooral op samenlevingsvraagstukken (integratie, jeugdzorg en onderwijs). De daaropvolgende beschouwingen richten zich meer op economie en werkgelegenheid. Die veschuiving loopt parallel met de feitelijke ontwikkelingen in deze periode.

Het boek (154 pag.) is verkrijgbaar bij Mijnbestseller.nl.

maandag 2 december 2013

Dirigisme beheerst het ambtelijk denken in heel Europa


In onze wereld hangt alles met alles samen, op steeds grotere schaal. Wat gebeurt in klein verband mag niet te veel afwijken van wat in het grotere geheel wenselijk wordt gevonden. Economie is de meest overheersende dimensie waarin dit een waarheid lijkt als een koe. Ons eigen Europa – met name de eurozone – is het meest direct aansprekende voorbeeld. De processen die wij ter wille van vrij verkeer van goederen, kapitaal, diensten en personen in gang hebben gezet, gaan slechts één kant op: meer afstemming en meer centrale regie.

Ook op andere gebieden beheerst afstemming, harmonisatie en samenhang het denken van degenen die hieraan uit hoofde van hun functie – vooral in overheden – moeten vormgeven. Wie kijkt er nog op als prelaten van het publieke bestel pleiten voor “meer bevoegdheden”. Meer bevoegdheden voor Brussel, meer bevoegdheden voor veiligheidsdiensten, enzovoorts: meer centrale macht én meer controle op de individuele burger, in welke hoedanigheid dan ook. Zij doen dit doorgaans met een minzame glimlach. “Wilt u het ene, dan ook het andere.” 

Mij bekruipt gaandeweg de vergelijking met het laatmiddeleeuwse regime van de Roomse kerk: allesbeheersend in het particuliere en het maatschappelijke gedrag van elk individu. Het verschil met toen, namelijk dat van enigerlei individualiteit niet of nauwelijks sprake was, wordt langzamerhand alleen een gradueel verschil.

Het meest zorgwekkende is dat die prelaten – ambtenaren, uitvoerende politici, “dignitarissen” – niet anders lijken te kúnnen. Zij spreken vanuit het onontkoombare. Hun glimlach is het product van oprechte zorg, angst misschien ook (voor de chaos, en voor het geweld), logica (het ene, dus ook het andere), de beste bedoelingen (waartegen wij ons juist bij uitstek moeten verweren) en ten slotte van hun diepste overtuiging dat zij het bij het rechte eind hebben.

Serieuze tegenspraak is er niet, of het is rauw, platvloers populisme. Hun logica is daartegen wel bestand. Men kan het afdoen – opnieuw – met een glimlach. 

Wie in dit bestel een weerwoord wil bieden moet wel zeer sterk in zijn schoenen staan. Dat kan niet wanneer men evenzeer van binnenuit, vanuit dit bestel, wil redeneren. Echte tegenspraak kan alleen “out of the box”. 

Aan dergelijk denken is op dit moment een schrijnend tekort. Geen van onze Nederlandse politici geeft er blijk van. Werkelijk niemand. Een serieuze intellectuele elite die dergelijke weerspraak kan bieden, ontbreekt evenzeer.

Gaat onze wereld werkelijk maar één kant op? Wie de geschiedenis kent, weer dat dit niet waarschijnlijk is. Ooit was er zoiets als de achterkant van de waarheid. Het wordt hoog tijd dat wij die in alle ernst gaan opzoeken.

zondag 1 december 2013

Het koninkrijk als volksvermaak










Vijftig jaar geleden nam mijn vader met zijn bandopnemer de radiouitzending op van de Nationale herdenking 1813 - 1963. Ik maakte hiervan, in combinatie met fotoshots van het Polygoonjournaal, een korte videoclip.



Nationale Herdenking 1813 - 1963, Plein 1813 Den Haag

Een plechtstatige gebeurtenis. Beatrix, ook toen in de hoedanigheid van prinses, gaf een gedragen speech. Haar ouders Koningin Juliana en Prins Bernhard luisterden toe alsof het ging om een begrafenis. Herdenken doe je in ernst, heeft men toen duidelijk gedacht.

Groter contrast met het spektakel op zaterdag 30 november 2013 is niet denkbaar. Het naspelen van de landing van de Prins van Oranje - later Willem I - is natuurlijk vaker gebeurd. Een publieksshow met mooie kostuums en een vrolijke feeststemming. Acteur Huub Stapel veroorloofde zich de nodige anachronismen bij zijn begroeting van het Scheveningse volk. Ach ja.

Datzelfde deed hij opnieuw bij het "koninkrijksconcert" in het circustheater. Inderdaad meer een circus dan een concert. Het Metropole Orkest begeleidde enkel lichte kost. Korte en snel opeenvolgende optredens van zangers uit alle windstreken van Nederland, en daarnaast enkele heren die iets serieus moesten zeggen maar die evenzeer lichtvoetig door hun thema gingen.

Met dit openingssalvo van een herdenking die liefst twee jaar moet gaan duren (het koninkrijk kwam immers pas daadwerkelijk in 1815), is de toon in onze nationale geschiedsbeleving gezet. Het moet vooral vermakelijk zijn.

Die toon overheerst ook in de aandacht voor de verdere geschiedenis. Niet geheel toevallig verschenen juist weer nieuwe biografieën over de drie eerste Oranjekoningen. De enige berichtgeving hierover betreft de privé-escapades van Willem II en de mogelijke rol hiervan bij zijn ommezwaai naar de liberale democratie die wij vandaag kennen. En ook het voetstuk van Willem I krijgt een flinke duw.

Ik geloof dat ik wel eens eerder heb betoogd dat niet het koninkrijk maar de Oranjerepubliek, die - met onderbrekingen - al ruim vierhonderd jaar bestaat, het meest overwegende - en herdenkingswaardige - aspect is van het verschijnsel Nederland. Als wij dit verschijnsel - samen met Oranje - willen vieren moet worden teruggegrepen naar een veel eerder tijdstip in onze historie dan de terugkeer van Oranje in november 1813. 

Maar hoe dit ook zij, een serieuze toespraak hierover moet - kennelijk - nog komen.

vrijdag 1 november 2013

De slavenmaatschappij kan op den duur geen stand houden
















Onze beschaving staat zich erop voor de verhoudingen die golden in de klassieke oudheid en die vervolgens – opnieuw – in de vroegmoderne tijd – definitief te hebben overwonnen. Geen slavernij meer. Geen mensen meer die behandeld worden als bezit. 

Strikt genomen is dat wel juist. In onze westerse wereld heeft ieder individu zijn eigen juridische identiteit en verantwoordelijkheid – voor zichzelf in de eerste plaats. Wij hebben de vrijheid ons werk te kiezen – naar beschikbaarheid en geschiktheid. Dat wij op de arbeidsmarkt soms moeten inschikken, of niet altijd het geluk aan onze zijde hebben, doet aan een en ander niet af. 

Maar wie de wereld enkel beziet vanuit deze constitutionele optiek miskent de bredere werkelijkheid van macro-economische macht en micro-economische feitelijke afhankelijkheid. Alles bijeen lijken de verhoudingen in onze tijd juist verdacht veel op de wereld die de Romeinen schiepen en die in extreme karikatuur de basis was van de rijkdom van onze meer directe voorvaderen in de tijd van de slavernij. 

Het heeft iets onontkoombaars. Op welke andere manier kan je 16 miljoen mensen in Nederland en vele honderden miljoenen mensen in Europa of in Amerika tevreden en vooral rustig houden? De methodiek verschilt maar niet de uitkomst. 


De methodiek is geen dwang – hoofdzaak is verleiding, en ook aansporing. Zoals onze minister-president Rutte die de burgers aanspoort goede consumenten te zijn. Hij roept ons op iets te doen, niet per se in ons eigen belang, maar in het belang van de macro-economische macht. Het financiële plaatje van de staat op orde krijgen betekent dat wij ons best (moeten) doen, niet mogen verzaken. Consumentisme is de pijnloze gesel, het spel van verlokking waaraan de grote massa ondergeschikt is gemaakt. Godzijdank zijn er de I-Pads, de Smartphones, de Apps, de Games en is er al dat andere “brood –en-spelenvermaak” dat het ons mogelijk maakt aan onze verplichting tot consumeren te voldoen. 

Echt productief – en daadwerkelijk zelfstandig – worden wij hier niet van. Vooral de jongere generatie, die ogenschijnlijk het meest profijt heeft van de moderne elektronica, lijkt nog het meest in slaap gewiegd met dit collectieve duivelsgebroed. 

En inderdaad, de uitkomst is een stelselmatig toenemende kloof tussen de have’s en de have nots. Tussen wie bepaalt, en wie betaalt. Er is geen kwestie van dat wij ontstane wanverhouding doorbreken door een generaal financieel pardon (algehele schuldvermindering), een vermogens-herverdeling, of welke andere grootschalige verlichting voor de burger. Met ons allen blijven wij bukken tot dat de banken en de Staat voldoening wordt gegeven. 

Maar ik zou die twee werelden wel tegenover elkaar gesteld willen zien, in een serieuze overdenking. De doodlopende weg van het huidige beleid tegenover de dodemansrit van een collectieve uitbraak. 

Met die laatste vergelijking kom ik opnieuw bij mijn startpunt. Op enig moment breken slaven hun ketens. Ik ben ervan overtuigd dat het niet meer de vraag is óf dit zal gebeuren, enkel nog wanneer.