dinsdag 2 september 2014

MINDER BANEN, MEER JOBS




Het oude sociale beleid loopt op zijn laatste benen

Mede onder druk van wereldwijde verschuivingen in de allocatie van taken of functies in uiteenlopende marktketens (van ontwerp en productie tot en met levering) transformeert ook de werkgelegenheid in ons eigen land. Desalniettemin hanteren wij in onze arbeidsverhoudingen nog steeds de concepten en regels van het naoorlogse tijdperk. Deze zijn gebaseerd op een strak onderscheid tussen werkgeversverant-woordelijkheden en die van werknemers. Een dienstverband, bij voorkeur voor onbepaalde tijd, geldt als onbetwiste norm. Dit werkt door in onze fiscale regels, in de aanspraken van individuele burgers op tal van voorzieningen, zelfs tot hun woonsituatie (huurders dienen als regel een arbeidscontract voor te leggen).

Wie onder deze omstandigheden wil overleven is gedwongen tot de status van dagloner (“zzp’er”) of te leven in het grijze gebied tussen fiscaal inkomen en zwart geld, ofwel in de informele economie. Officiële werkgelegenheidsstatistieken (inclusief aantallen ‘werklozen’) tonen allang niet meer de sociaal-economische werkelijkheid.

De politiek, inclusief de “linkse” partijen, gaan geheel aan de feitelijke ontwikkeling voorbij. Zelfs in de PvdA, hoeder van het arbeidsdenken, heerst – voor zover dit van buiten kan worden beoordeeld – complete radiostilte.

Is er werkelijk geen plek waar in deze tijd over de ontwikkeling van onze werkgelegenheid wordt nagedacht? Het valt moeilijk te geloven. Natuurlijk zijn die er. Ik denk vooral aan nieuwe ondernemingen die leven in de schaduw van het publieke bestel, wereldwijde netwerken van professionals met hun eigen technologie en innovatiekracht, ook in Nederland (denk aan de 3D printing sector, de Games industrie e.d.). Hun succes is afhankelijk van volledige arbeidsflexibiliteit. Werknemers zijn zelfstandige onder-nemers in wisselende groepen.

Het beeld ontstaat van een arbeidsmarkt waarin arbeidscontracten (of CAO’s), laat staan ‘vaste banen’ een uitstervende realiteit zijn. Het is niet moeilijk een ontwikkeling te voorzien waarin vaste dienstverbanden en vooropgestelde carrières hoge uitzondering worden. Hooguit zullen bedrijven en instellingen hun continuïteit veiligstellen met een vaste kern van professionals met wie “vaste afspraken” worden gemaakt, ook over hun verdere professionele ontwikkeling. Bijzondere contracten op maat dus, maar geen onbeperkte dienstverbanden. Vaste banen krijgen steeds meer het odium van een privilege zonder goede grond.

Het is in dit licht merkwaardig dat de uitzendbranche niet allang het hele leger van zzp’ers heeft omarmd. Zij zouden bij uitstek hun belangrijkste tussenpersoon moeten zijn. Hun kerntaak is ‘jobs’ en feitelijke ‘skills’ bijeen te brengen. De status van het ‘arbeidscontract’ is niet doorslaggevend.

De kern is dat arbeidszekerheid een illusie is. Alleen door up to date houden van onze eigen (professionele) kennis en vaardigheden creëren wij als individuele deelnemers aan de arbeidsmarkt enige ‘zekerheid’ over de continuïteit van onze eigen werkgelegenheid.

Op dezelfde voet veranderen ook de parameters voor inkomenspolitiek en sociale zekerheid. Die veranderingen vereisen een fundamentele herziening van het overheidsbeleid op alle fronten van ons welvaartsbestel. Opnieuw valt te betreuren hoezeer de politiek haar verantwoordelijkheid laat liggen. In plaats daarvan staat zij, met marktwerking als voornaamste excuus, een steeds meer toenemende kloof toe tussen de grootverdieners en de grote massa van loonslaven die in reële termen hun daadwerkelijke koopkracht stelselmatig hebben zien afkalven. Voor de immense inkomensverschillen in ons land bestaat geen goede grond, zelfs al gaat het bij de grootverdieners om een relatief kleine groep (maar wel met onevenredig grote macht).

Het omdenken van ons welvaartsbestel moet wel uitkomen bij een situatie waarin iedere Nederlandse burger een basisinkomen krijgt met daarnaast de automatische status als zzp’er waarmee hij (of zij) vrij is aanvullend (fiscaal) inkomen te verwerven. Mensen moeten zowel ondernemer als (tijdelijk) werknemer kunnen zijn. zonder onnodige juridische (of fiscale) complicaties.

Maar er zijn ook andere (gewenste) gevolgen. Deze betreffen het hele scala van opleidingsprofielen in MBO, HBO en universiteiten, de rol van beroepsorganisaties en beroepskwalificaties,de voorzieningen voor mensen die onvoldoende in staat blijken in aanvullend inkomen te voorzien (aangepaste bijstand en werkloosheidswetgeving) enzovoorts.

Alles bijeen mag de politiek zich voorbereiden op een integraal deltaplan voor inkomensbeleid en werkgelegenheid. Bepaald geen kinnesinne, en beslist geen zaak die zomaar op korte termijn in kaart kan worden gebracht. Maar de urgentie ervan neemt dagelijks toe.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten